RSV 2014/131
Eigen bijdrage – zesmaandenjurisprudentie – invordering – rechtszekerheid
CRvB 19-03-2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1079
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
19 maart 2014
- Magistraten
Mrs. H.J. de Mooij, W.H. Bel en G. van Zeben-de Vries
- Zaaknummer
12-6159 AWBZ + 12-6160 AWBZ + 12-6161 AWBZ
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid ziektekosten / Bijzondere ziektekosten
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2014:1079, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 19‑03‑2014
- Wetingang
Art. 6 lid 4 AWBZ; art. 2 lid 1 Besluit 26 september 1996; Stb. 1996, 486 (Bijdragebesluit zorg)
Essentie
Eigen bijdrage – zesmaandenjurisprudentie – invordering – rechtszekerheid
Samenvatting
Betrokkene heeft niet zelf bij CAK gesignaleerd dat de eigen bijdrage mogelijk te laag was vastgesteld. Dat daargelaten is niet de uitoefening van een in een wettelijke bepaling neergelegde bevoegdheid tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering aan de orde, maar de vaststelling van een ingevolge art. 2 lid 1 Bijdragebesluit zorg verplichte eigen bijdrage. De zesmaandenjurisprudentie is hier niet aan de orde. De bepalingen van dit besluit die zien op de vaststelling van de eigen bijdrage zijn imperatief gestelde algemeen verbindende voorschriften die geen ruimte bieden om de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.