Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.3.1
6.3.1 Wettelijke rente en andere vertragingsschade
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591873:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7:856 lid 1 BW bepaalt dat de borg slechts wettelijke rente is verschuldigd over het tijdvak dat hijzelf in verzuim is, tenzij de hoofdschuldenaar in verzuim is krachtens art. 6:83 sub b BW. Zie daarover Losbladige Bijzondere Overeenkomsten 2010 (M. Haentjens), art. 7:856, aant. 1-5; Asser/Van Schaick 5-IV 2004, nr. 198 e.v.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2008, nr. 401, met meer voorbeelden.
Zie Losbladige Verbintenissenrecht 2010 (B.M. Katan), art. 6:85, aant. 5.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 467 en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, 473-474. Zie voor de 'onderzijde' HR 11 februari 2000, NJ 2000,275 (De Preter/Van Uitert); en HR 14 januari 2005, NJ 2007, 481 (Ahold c.s./De Staat), m.nt. Jac. Hijma; en voor de 'bovenzijde' HR 14 januari 2005, NJ 2007, 482 (Van Rossum/Fortis), m.nt. Jac. Hijma onder NJ 2007, 481. Verbintenissen tot betaling van de wettelijke rente blijven wel onderworpen aan de algemene rechterlijke matigingsbevoegdheid van art. 6:109 BW. Zie HR 14 januari 2005, NJ 2007, 481 (Ahold c.s./De Staat), m.nt. Jac. Hijma, en HR 2 maart 2001, NJ 2001, 584 (A./D), m.nt. Wortmann.
Zie hierna nr. 381 e.v.
Zie Brunner & De Jong 2004, par. 187.
Vgl. o.a. Van Opstall 1959, p. 99; Lindenbergh 2006, p. 325.
343. Als nakoming nog mogelijk is, kan de schuldeiser bij de niet-tijdige nakoming door de schuldenaar vertragingsschade vorderen. 1 De schuldenaar is slechts verplicht tot vergoeding van schade wegens vertraging over de tijd waarin hij in verzuim is geweest (art. 6:85 BW). De schuldeiser dient de schuldenaar eerst in gebreke te stellen (art. 6:82 lid 1 BW) of aansprakelijk te stellen (art. 6:82 lid 2 BW), tenzij de schuldenaar van rechtswege in verzuim is, zoals bij schadevergoedingsvorderingen uit onrechtmatige daad of wanprestatie (art. 6:83BW).2 Voorbeelden van vertragingsschade zijn de schade van de koper aan wie een verkochte zaak te laat wordt overgedragen en die in de tussentijd een andere zaak moet huren;3 de renteschade bij de te late betaling van een geldvordering; en de koerswijzigingschade ex art. 6:125 lid 1 BW.4
De vertragingsschade bij het niet (tijdig) betalen van een geldsom wordt gefixeerd op een bepaald, jaarlijks vast te stellen percentage, de zogenaamde 'wettelijke rente' (art. 6:119-120 BW). De schuldeiser die wettelijke rente vordert, hoeft zijn schade niet te bewijzen. Hij kan deze schadevergoeding ook vorderen als hij minder of in het geheel geen schade heeft geleden. Daartegenover staat dat hij ook niet meer vertragingsschade vergoed kan krijgen dan de wettelijke rente.5 De wettelijke rente moet worden onderscheiden van de contractuele rente.6
De vordering tot vergoeding van vertragingsschade is een aanvullende schadevergoedingsvordering; de vordering ontstaat naast de hoofdvordering.7 De vordering ontstaat in het vermogen van de schuldeiser van de hoofdvordering. De vergoeding van vertragingsschade ex art. 6:85 BW en art. 6:119 BW is gegrond op de wanprestatie van de schuldenaar. De ontstaansgrond van de hoofdvordering is daarbij niet van belang. De schuldenaar van een schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad die zijn verbintenis niet terstond nakomt, is op grond van wanprestatie gehouden tot vergoeding van de wettelijke rente (art. 6:7 4 jo 6:83 sub b jo 6:85 jo 6:119 BW).8