Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/3.6:3.6 Slot
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/3.6
3.6 Slot
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS583836:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de vraag centraal in hoeverre bij de uitleg van het (internationale) commerciële contract tussen professionele partijen andere uitlegmaatstaven (dienen te) gelden dan bij de uitleg van reguliere contracten. Het antwoord op die vraag luidt blijkens het voorgaande ontkennend. In beide gevallen volgt uit de in hoofdstuk 1 centraal gestelde dwingende verplichting van partijen bij een overeenkomst om zich redelijk en billijk te gedragen dat ook de uitleg van het overeengekomene steeds door de eisen van redelijkheid en billijkheid wordt beheerst. Deze eisen brengen met zich dat voor gerechtvaardigd vertrouwen op de betekenis van een bepaalde contractstern of -beding steeds vereist is dat men in de gegeven omstandigheden (het eigen gedrag daaronder begrepen) met rede(n) heeft vertrouwd.
In situaties, waarin de totstandkomingsfase van een overeenkomst niet (zoals normaliter) in het teken staat van het levendig contact en het uitwisselen van verklaringen tussen partijen, maar (veeleer) van (de redactie door ingehuurde specialisten van) de uiteindelijke tekst van een lijvig en gedetailleerd contractsdocument, mogen professionele partijen er in de regel over en weer in redelijkheid op vertrouwen dat de blijkens het gedrag van partijen zo belangrijk geachte tekst van het contract bij uitleg een aanzienlijk gewicht toekomt. Redelijkheid en billijkheid brengen vervolgens met zich dat dit door de gedragingen van partijen zelf in het leven geroepen verwachtingspatroon rechtens ingang vindt door middel van een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-maatstaf, waarbij de contractsbedingen in beginsel in hun tekstuele betekenis en zonder gebruikmaking van specifieke achtergrondkennis over de totstandkoming van de bedingen, worden opgevat. Zuiver taalkundig kan deze uitleg niet worden genoemd, omdat ook bij een geobjectiveerde toepassing van de Haviltexmaatstaf redelijkheid en billijkheid de aan te leggen uitlegmaatstaven zijn.
In de voorlaatste paragraaf kwam de vraag aan de orde of partijen het overeengekomene zouden kunnen fixeren door de redelijkheid en billijkheid in één of meerdere functies daarvan uit te sluiten. Geconstateerd werd dat de aanvullende functie van redelijkheid en billijkheid en hun functie bij uitleg, mede gezien hun verbondenheid met elkaar en met de beperkende functie van deze norm, beide van dwingend recht zijn en derhalve niet kunnen worden "weggecontracteerd". Besproken werd vervolgens dat het feit dat partijen mitsdien redelijkheid en billijkheid niet vermogen weg te contracteren bij de uitleg van het overeengekomene, onverlet laat dat partijen door hun gedrag wel degelijk invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop het overeengekomene moet worden verstaan. Zo kunnen onder meer clausules die de tekst van het contract centraal stellen alsook de mate van gedetailleerdheid van een contract bijdragen aan het oordeel dat een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-maatstaf is geboden. Het dynamische karakter van de contractsrelatie tussen partijen maakt het echter onmogelijk de inhoud van een contract tussen partijen te fixeren: zowel de factor tijd als wijzigende omstandigheden en gedragingen van partijen na contractssluiting kunnen in het contract leemten veroorzaken die door de redelijkheid en billijkheid (moeten) worden aangevuld dan wel ertoe leiden dat op bepaalde bedingen van het contract geen beroep meer openstaat.