Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/7.6.3:7.6.3 Amend and extend
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/7.6.3
7.6.3 Amend and extend
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192814:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
393. Met het akkoord kunnen financieringsvoorwaarden worden aangepast of versoepeld. Zo kunnen de datum van opeisbaarheid van de financiering of de daarmee verband houdende renteverplichtingen worden aangepast. Ook kunnen bepaalde convenanten worden gewijzigd. Daarnaast kunnen opeisingsgronden, zoals een ‘change of control’-bepaling worden gewijzigd of zelfs verwijderd. Met een akkoord kunnen dus bedingen die op basis van de financieringsdocumentatie instemming van alle betrokken financiers vereisen, gewijzigd worden. In nr. 355-356 bepleitte ik echter dat de vrijheid in het WHOA-akkoord niet onbegrensd is. De wijzigingen moeten in beginsel nauw verband houden met de materiële herstructurering om aan de vermogensverschaffers te kunnen worden opgelegd. De vennootschap dient daarom duidelijk te maken waarom wijziging van bepaalde bedingen nodig is.
In het Verenigd Koninkrijk worden dergelijke akkoorden “amend and extend”-schemes genoemd. De eerste scheme van deze soort werd aangeboden door de Spaanse modeketen Cortefiel. Op basis van de scheme werden de aflossingsdata van de financiering vooruitgeschoven van 2014 en 2015 naar 2017. Ook financiële convenanten die dreigden te worden geschonden, werden opnieuw geformuleerd opdat er in de nabije toekomst geen schendingen plaats zouden vinden. In ruil daarvoor konden de financiers onder meer een hoger rentepercentage tegemoet zien.1 Ook de eerste APCOA scheme was een ‘extension scheme’. Om de veelomvattender herstructurering mogelijk te maken, werd in de eerste scheme de einddatum van de financiering met drie maanden verlengd.2 Ook de herstructurering van Van Gansewinkel illustreert welke uiteenlopende wijzigingen een scheme kan bewerkstelligen. De financiers hadden vaste leningen verstrekt aan de holding en aan enkele groepsvennootschappen. Deze verstrekte financieringen werden voor een gedeelte ‘reinstated’ als een vaste lening aan de management holding (‘VGG’). Deze financiering zou een looptijd hebben van vijf jaar en voor deze vordering zouden zekerheden worden gevestigd. Het resterende deel van het verstrekte krediet werd door middel van novatie gewijzigd in een achtergestelde en ongezekerde lening aan een indirecte holdingmaatschappij van VGG.3
“[T]he use of schemes is limited only by the imagination of the company”, zo schrijven Pilkington en Mitchinson naar aanleiding van Cortefiel.4 Die stelling is echter te kort door de bocht. Tijdens de homologatiezitting gaat de rechter immers na of de inhoud van de scheme fair is. Hem komt een minstens even grote vrijheid (‘discretion’) toe de homologatie te weigeren, bijvoorbeeld vanwege de inhoud van de scheme.5