NJB 2023/980
Een mogelijk biologische vader verzoekt medewerking aan een DNA-onderzoek en een omgangsregeling. Hoge Raad: Alvorens een onderzoek naar het biologische vaderschap te bevelen, moet de rechter aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordelen of het kind (op dat moment) belang heeft bij vaststelling van het biologische ouderschap, en dit belang afwegen tegen eventuele andere belangen van het kind. Verder moet de rechter ook de door art. 8 EVRM beschermde belangen van anderen in die afweging betrekken. Daarbij dient de rechter de belangen van het kind voorop te stellen.
HR 31-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:520
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
31 maart 2023
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00668
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:520, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:911, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑03‑2022
- Wetingang
(art. 8 EVRM; art. 1:377a BW)
Essentie
Een mogelijk biologische vader verzoekt medewerking aan een DNA-onderzoek en een omgangsregeling. Hoge Raad: Alvorens een onderzoek naar het biologische vaderschap te bevelen, moet de rechter aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordelen of het kind (op dat moment) belang heeft bij vaststelling van het biologische ouderschap, en dit belang afwegen tegen eventuele andere belangen van het kind. Verder moet de rechter ook de door art. 8 EVRM beschermde belangen van anderen in die afweging betrekken. Daarbij dient de rechter de belangen van het kind voorop te stellen.
Partij(en)
De juridische ouders, adv. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.