Zie voorts HR 2 november 2010, LJN BN9359, HR 2 november 2010, LJN BN9358 en HR 13 juli 2010, LJN BJ8669, NJ 2010, 572.
HR, 08-02-2011, nr. 10/01387 A
ECLI:NL:HR:2011:BO9974
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
08-02-2011
- Zaaknummer
10/01387 A
- Conclusie
Mr. Hofstee
- LJN
BO9974
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2011:BO9974, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑02‑2011; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BO9974
ECLI:NL:PHR:2011:BO9974, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑12‑2010
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BO9974
- Vindplaatsen
Uitspraak 08‑02‑2011
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Het Hof heeft verzuimd in het bestreden vonnis zelf de inhoud van de bm op te nemen. Ingevolge art. 402.7 SvNA leidt dit verzuim tot nietigheid.
8 februari 2011
Strafkamer
Nr. 10/01387 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 13 oktober 2009, nummer h 111/09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging wonende op [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.G. Kock, advocaat te Oranjestad (Aruba), bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt dat het bestreden vonnis in strijd met art. 402, eerste lid, SvNA niet de inhoud der gebezigde bewijsmiddelen bevat.
2.2. Art. 402 SvNA luidt, voor zover hier van belang:
"1. Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs daarvan geldt.
(...)
7. Alles op straffe van nietigheid."
2.3. Onder de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevinden zich:
a. het bestreden vonnis van 13 oktober 2009, dat onder "de bewijsmiddelen" inhoudt:
"Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen."
b. een bijlage bevattende de bewijsmiddelen, vastgesteld en getekend op 1 maart 2010, behorende bij voormeld vonnis.
2.4. Het Hof heeft verzuimd in het bestreden vonnis zelf de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen. Ingevolge art. 402, zevende lid, SvNA leidt dit verzuim tot nietigheid.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verwijst de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 8 februari 2011.
Conclusie 14‑12‑2010
Mr. Hofstee
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verdachte=verzoekster]
1.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (verder: het Hof) heeft verzoekster bij strafvonnis van 13 oktober 2009 wegens ‘1. medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 230 lid 1 Wetboek van Strafrecht van Aruba, als ware het echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan, meermalen gepleegd’, ‘2. medeplegen van een gewoonte maken van het opzettelijk witwassen van geld’, ‘3. medeplegen van gewoontewitwassen’ veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf. Voorts is verzoekster ontzet van het recht het ambt van ambtenaar te bekleden voor de duur van vijf jaren.
2.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/01387A en 10/01392A. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3.
Namens verzoekster heeft mr. D.G. Kock, advocaat te Oranjestad (Aruba), zes middelen van cassatie voorgesteld.
4.
Het eerste middel klaagt dat artikel 402 lid 1 SvA is geschonden nu het Hof in het strafvonnis heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen.
5.
Art. 402 SvA luidt, voor zover hier van belang:
- ‘1.
Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs daarvan geldt.
(…)
- 7.
Alles op straffe van nietigheid.’
6.
Het strafvonnis vermeldt onder de kop ‘De bewijsmiddelen’ het volgende:
‘Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.’
7.
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich voorts een bijlage inhoudende de bewijsmiddelen, behorende bij voormeld strafvonnis. Deze bijlage is getekend door de voorzitter van het Hof op 1 maart 2010.
8.
Uit het vorenstaande blijkt dat het Hof heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen in het strafvonnis op te nemen. Dit verzuim leidt op grond van art. 402, zevende lid, SvA tot nietigheid.1.
9.
Nu als gevolg van dit verzuim het strafvonnis dient te worden vernietigd, zie ik geen aanleiding de overige middelen van cassatie te bespreken. Indien Uw Raad daar anders over mocht oordelen, zal ik in een aanvullende conclusie de middelen alsnog bespreken.
10.
Het eerste middel slaagt.
11.
Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
12.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 14‑12‑2010