V-N 2018/60.18
Verdeling portefeuille met onroerende zaken volgens A-G geen civielrechtelijke verdeling van een gemeenschap
HR (A-G) 18-10-2018, ECLI:NL:PHR:2018:1174, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
18 oktober 2018
- Zaaknummer
18/01216
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929947:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Gemeenschap
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2399, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑12‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1174, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑10‑2018
- Wetingang
art. 3:182 BW; art. 4, 7 en 12 WBR
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat er slechts een gemeenschap aanwezig is wanneer een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk. Nu X bv exclusief gerechtigd was tot haar aandelen in C bv en D bv, is er geen gemeenschap en dus ook geen verdeling.
Samenvatting
G, F, en H drie leden van de C-familie, houden via hun holdings onroerende zaken aan in Nederland en België. De onroerende zaken zijn ondergebracht in de twee vennootschappen J bv en K bv. Beide vennootschappen kwalificeren als fictieve onroerende zaken in de zin van art. 4 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.