Einde inhoudsopgave
Beperking van de bestuursbevoegdheid bij de naamloze en besloten vennootschap (IVOR nr. 127) 2022/5.2.2
5.2.2 Omvang van het statutaire doel
mr. drs. J.A. Terstegge, datum 01-04-2022
- Datum
01-04-2022
- Auteur
mr. drs. J.A. Terstegge
- JCDI
JCDI:ADS653165:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Groenewald 2001, p. 5.
Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019, nr. 57.
Uitzondering op deze regel is de naamloze vennootschap die een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal is. Ingevolge artikel 2:76a lid 1 BW mag haar doelomschrijving slechts behelzen het zodanig beleggen van haar vermogen dat de risico’s daarvan worden gespreid teneinde haar aandeelhouders in de opbrengst te doen delen. Ook voor andere soorten rechtspersonen bevat de wet specifieke bepalingen omtrent de inhoud van de doelomschrijving: zie artikel 2:53 leden 1 en 2 BW voor wat betreft de coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, en in zekere zin meer indirect artikel 3:305a lid 1 BW voor wat betreft de ‘claim’ stichting en vereniging.
Dit artikel luidt: “De notaris is verplicht zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft.”
Kenbaar uit: HR 18 april 2014, JOR 2014/227 m.nt. C.D.J. Bulten, r.o. 3.1 en de conclusie van A-G Timmerman: Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI1124 (OM/Hells Angels), par. 1.1. De statutaire doelomschrijvingen van beide rechtspersonen sec waren m.i. niet in strijd met de wet, de goede zeden en de openbare orde.
Zie voorts over het statutaire doel in strijd met de openbare orde: Schild 2012, p. 289-290.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 78.1.
Assink/Slagter 2013, § 10, p. 178.
Assink/Slagter 2013, § 10, p. 178.
OK 21 juli 2011, ARO 2011/115 (Dyna Music), r.o. 3.8.
In die zin is het dus niet een norm die zich alleen richt tot de bestuurders en commissarissen van de vennootschap, maar ook tot gevolmachtigden en andere vertegenwoordigers.
Zie: HR 7 februari 1992, NJ 1992/438 (Astro) m.nt. J.M.M. Maeijer, r.o. 3.3; HR 16 oktober 1992, NJ 1993/98 (Nagtegaal/Westland/Utrecht Hypotheekbank) m.nt. J.M.M. Maeijer, r.o. 3.2; HR 20 september 1996, NJ 1997/149 (Playland), r.o. 3.4.
HR 20 september 1996, NJ 1997/149 (Playland), r.o. 3.4.
HR 7 februari 1992, NJ 1992/438 (Astro) m.nt. J.M.M. Maeijer, r.o. 3.3.
Assink/Slagter 2013, § 10, p. 181.
Het statutaire doel bestaat in de eerste plaats uit de doorgaans in artikel 2 van de statuten opgenomen doelomschrijving. In de praktijk bevat deze een omschrijving van de belangrijkste activiteiten die de vennootschap zal gaan ontplooien aangevuld met een lange (relatief standaard) lijst van activiteiten die de vennootschap (mogelijk) eveneens zal gaan verrichten. Typisch gaat het daarbij om handelingen zoals:
het oprichten van, het op enigerlei wijze deelnemen in, het besturen van en het toezicht houden op ondernemingen en vennootschappen;
het financieren van ondernemingen en vennootschappen;
het lenen, uitlenen en bijeenbrengen van gelden;
het verstrekken van garanties;
het verbinden van de vennootschap en het bezwaren van activa van de vennootschap ten behoeve van ondernemingen en vennootschappen waarmee de vennootschap in een groep is verbonden en ten behoeve van derden; en
het verkrijgen, beheren, exploiteren en vervreemden van registergoederen en van vermogenswaarden in het algemeen.
Het opnemen van de belangrijkste werkzaamheden in de doelomschrijving van de vennootschap was een verplichting onder § 5 van de Departementale Richtlijnen 1986. Voor het overige mocht de doelomschrijving algemeen zijn. Bij de herziening van het preventief toezicht kwam § 5 van de Departementale Richtlijnen 1986 evenwel te vervallen. De wetgever vond het kennelijk niet nodig om een nadere (wettelijke) regeling te treffen.1 Een en ander betekent dat de oprichters/aandeelhouders zeer vrij zijn in het bepalen van de doelomschrijving.2,3 Deze kan zeer krap zijn: het doel van de vennootschap is het houden van de aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X; of zeer ruim: het doel van de vennootschap is het behalen van winst. Er zijn slechts een paar grenzen. Een eerste ondergrens is dat de doelomschrijving een zekere (economische) activiteit binnen de vennootschap mogelijk moet maken. Het lijkt evenwel onwaarschijnlijk dat deze ondergrens in de praktijk ooit een probleem zal vormen.
Een tweede ondergrens is dat het doel van de vennootschap niet in strijd mag zijn met de wet, de goede zeden of de openbare orde. Gelet op artikel 21 lid 2 Wet op het notarisambt4 zou ook deze grens in de praktijk niet tot problemen moeten leiden. Zie bijvoorbeeld de statutaire doelomschrijvingen van de vereniging Martijn en de stichting Hells Angels Northcoast Harlingen, welke beide rechtspersonen op voet van artikel 2:20 lid 1 BW werden ontbonden omdat hun (feitelijke) werkzaamheden in strijd waren met de openbare orde.5,6
De statutaire doelomschrijving is niet alles bepalend voor het antwoord op de vraag wat het statutaire doel van de vennootschap precies behelst. Andere statutaire bepalingen kunnen de statutaire doelomschrijving verder uitbreiden of beperken. Zij kunnen voor bepaalde handelingen van de vennootschap (die niet uitdrukkelijk in de statutaire doelomschrijving zijn opgenomen of daaruit voortvloeien) voorafgaande goedkeuring van een van de vennootschappelijke organen eisen (waaruit volgt dat deze handelingen tot het statutaire doel van de vennootschap mogen worden gerekend), 7 of bepaalde handelingen uitdrukkelijk verbieden (waardoor deze handelingen buiten het statutaire doel van de vennootschap komen te vallen).8
Tevens dienen tot het statutaire doel te worden gerekend de zogenaamde secundaire handelingen, oftewel die handelingen die naar hun aard of gebruik voortvloeien uit de statutaire doelomschrijving hoewel zij daar niet letterlijk in zijn opgenomen.9 Een aardig voorbeeld daarvan is te vinden in een beschikking van de Ondernemingskamer in een enquêteprocedure. In deze beschikking merkte de Ondernemingskamer op dat de stelling van een der partijen dat het voeren van de betreffende procedure door de vennootschap in kwestie niet tot haar statutaire doel behoorde, niet vol te houden was nu het optreden tegen onrechtmatig gedrag (waardoor het nastreven van dat doel werd gehinderd) reeds in het algemeen tot dat doel moest worden begrepen.10
Het hiervoor beschreven statutaire doel (of beter: het doel zoals dit blijkt uit de statuten) geeft een zekere grens aan waarbinnen zij die namens de vennootschap in het maatschappelijk verkeer optreden (lees: de vennootschap vertegenwoordigen) dienen te opereren.11 Ik zeg met opzet een ‘zekere grens’, aangezien de Hoge Raad in verschillende arresten bepaald heeft dat bij het beantwoorden van de vraag of door een bepaalde rechtshandeling het doel van de rechtspersoon is overschreden, alle omstandigheden in aanmerking genomen dienen te worden en dat de statutaire doelomschrijving alleen daarvoor niet beslissend is.12 Als omstandigheden noemt de Hoge Raad onder meer het antwoord op de vraag of het belang van de vennootschap met de betrokken rechtshandeling werd gediend (waarbij in het bijzonder gekeken wordt naar de gevolgen van de rechtshandeling voor de continuïteit van de onderneming van de vennootschap)13 en de omstandigheid dat de vennootschap zich in een concernverhouding bevindt.14 Het vennootschappelijk belang kan handelingen (indien dit belang ten minste met de betreffende handeling gediend is) dus onder de secundaire handelingen brengen.15