NJ 1929, p. 1387
Verborgen gebrek bij een koe. Tuberculose. Termijn van art. 1547 B. W. Aanvang van den termijn. Openbare orde. Goede trouw.
HR 08-03-1929, ECLI:NL:HR:1929:224, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 maart 1929
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Schepel, v. Gelein Vitringa, Kirberger, Polak.
- Zaaknummer
[08031929/NJ_1929,_p._1387]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS151189:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1929:224, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑03‑1929
- Wetingang
(BW art. 1374, 1547.)
Essentie
Verborgen gebrek bij een koe. Tuberculose. Termijn van art. 1547 B. W. Aanvang van den termijn. Openbare orde. Goede trouw.
Samenvatting
De Rechtbank, vaststellende — zij het in eenigszins andere woorden — dat eischer, indien hij de zorgvuldigheid had betracht, welke van hem kon worden geëischt. vóór 29 Aug. 1931 geweten had dat de koe aan het verborgen gebrek lijdende was, heeft terecht aangenomen, gelijk zij blijkbaar deed, dat de korte tijd, binnen welken gedagvaard moest worden, voor althans op dien dag begon.
Die korte tijd is, naar het processueele, in het belang der openbare orde gegeven voorschrift, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.