AB 2024/322
Wraking. Doorbrekingsleer. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:918, m.nt. F. van Hal & A. Outhuijse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
23/04892
- Noot
F. van Hal & A. Outhuijse
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS985291:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:918, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:233, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Uitsluiting van de doorbrekingsleer in wrakingszaken door de Hoge Raad ook van belang voor het bestuursrecht.
Samenvatting
Art. 39 lid 5 Rv bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek tot wraking geen voorziening openstaat (hierna: het rechtsmiddelenverbod). Eenzelfde rechtsmiddelenverbod is voor het bestuursrecht neergelegd in art. 8:18 lid 5 Awb en voor het strafrecht in art. 515 lid 5 Sv. Het rechtsmiddelenverbod berust op de gedachte dat de mogelijkheid van een tussentijds beroep tegen een afwijzende beslissing op een verzoek tot wraking de hoofdzaak te veel zou ophouden.
In eerdere rechtspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.