NJB 2026/654
Laatste woord verdachte in ontnemingsprocedure, art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv: uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan de raadsman het laatste woord is gegeven, maar niet dat aan de betrokkene zelf het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. CAG: anders.
HR 17-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:447
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03970
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:447, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1104, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
- Wetingang
(art. 311 Sv)
Essentie
Laatste woord verdachte in ontnemingsprocedure, art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv: uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan de raadsman het laatste woord is gegeven, maar niet dat aan de betrokkene zelf het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. CAG: anders.
Uitspraak
Inleiding
Het eerste cassatiemiddel klaagt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.