Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/1.2:1.2 Onderzoeksmethode
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/1.2
1.2 Onderzoeksmethode
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS352210:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek dat in dit proefschrift is uitgevoerd, kan worden gekarakteriseerd als juridisch-dogmatisch.1 Door middel van bestudering en interpretatie van de wet, rechtspraak en literatuur is getracht het normenkader voor de bestuurder in kaart te brengen. Daarbij is nagestreefd het geldende recht over het voetlicht te brengen als een coherent en consistent geheel van begrippen waarbij tegenstellingen worden blootgelegd en de bestaande regels en gevallen worden gecategoriseerd.2 Het theoretische kader van het onderzoek wordt gevormd door het leerstuk van de onrechtmatige daad. De strafrechtelijke normen die aan de orde worden gesteld, dienen ertoe de gedragingen van de bestuurder in specifieke situaties te beoordelen in het licht van zijn aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. De vraag of de bestuurder bij het verrichten van die gedragingen een norm schendt jegens de schuldeisers, staat bij de bespreking van de strafrechtelijke normen aldus centraal. In het onderzoek is gebruik gemaakt van inzichten uit het Engelse recht. De rechtsvergelijking met Engeland is functioneel van aard en staat ten dienste van de begripsvorming voor het Nederlandse recht. Om die reden ontbreekt een integrale weergave van het geldende Engelse recht in afzonderlijke hoofdstukken, maar is ervoor gekozen om voor het onderzoek belangwekkende zienswijzen doorlopend en verweven met de op het Nederlandse recht afgestemde thematisering te bespreken. In het verlengde van de gekozen methode van rechtsvergelijking dient het Engelse recht afwisselend tot inspiratie voor het Nederlandse recht, tot verheldering van de begripsvorming in het Nederlandse recht en soms ter ondersteuning van ingenomen standpunten. Over de keus voor het Engelse recht kan worden vermeld dat zij is ingegeven door de omstandigheid dat daarin geen algemene op art. 6:162 BW gelijkende bepaling bestaat voor aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid van de bestuurder wegens schuldeisersbenadeling krijgt aldaar invulling door toetsing van het gedrag van de bestuurder aan specifieke wettelijke en in de rechtspraak tot stand gekomen aansprakelijkheidsnormen (de zogeheten ‘torts’). Deze structuur van de aansprakelijkheid is aansprekend voor het onderhavige onderzoek omdat hierin de specifieke, aan de bestuurder geadresseerde norm centraal staat.