RFR 2023/79
Moet de rechter eerst onderzoeken of een omgangsverzoek toewijsbaar is alvorens een DNA-onderzoek te gelasten?
HR 31-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:520
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
31 maart 2023
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00668
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS705201:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:520, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:911, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑03‑2022
- Wetingang
Art. 1:377a BW; art. 8 EVRM
Essentie
Afstamming. Omgang.
Moet de rechter bij een verzoek om omgang van een beweerde biologische vader altijd eerst onderzoeken of een omgangsverzoek toewijsbaar is en pas bij een bevestigende beantwoording een DNA-onderzoek gelasten of hangt de bepaling van deze volgorde af van een belangenafweging?
Samenvatting
Uit het huwelijk van de ouders, die beiden de Indiase nationaliteit hebben, is een kind geboren. Een Nederlandse man, stellende dat hij de verwekker van het kind is, verzocht de rechtbank een DNA-onderzoek te bevelen, alsmede een omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank wees het verzoek om een DNA-onderzoek toe en hield het verzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.