AB 2018/282
Bevoegdhedenovereenkomst over beëindiging subsidierelatie. Beëindigingsbesluit komt in strijd met het vertrouwensbeginsel.
Rb. Oost-Brabant 10-11-2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5889, m.nt. W. den Ouden
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
10 november 2017
- Magistraten
Mrs. S.M.J. Korthuis-Becks, H.M.H. de Koning, M.H. Dworakowski-Kelders
- Zaaknummer
16_2127
- Noot
W. den Ouden
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929357:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Subsidie
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2017:5889, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 10‑11‑2017
- Wetingang
Art. 4:51 Awb
Essentie
Bevoegdhedenovereenkomst over (o.a.) de beëindiging van de subsidierelatie. De subsidieontvanger heeft art. 2.3 van de bevoegdhedenovereenkomst mogen opvatten als een aan verweerder toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezegging van de gemeente. Het beëindigingsbesluit komt in strijd met het vertrouwensbeginsel.
Samenvatting
In zijn arrest van 8 juli 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP3057) heeft de Hoge Raad bepaald dat, voor zover een bestuursovereenkomst een verplichting meebrengt voor een gemeente om bepaalde publiekrechtelijke bevoegdheden op een bepaalde manier uit te oefenen, de bestuursovereenkomst in zoverre het karakter van een zogenaamde bevoegdheden-overeenkomst heeft. Een dergelijke overeenkomst heeft een gemengd (privaatrechtelijk en bestuursrechtelijk) karakter. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.