Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.11:4.11 Afscheiding van een bestanddeel in het BW (conclusie)
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.11
4.11 Afscheiding van een bestanddeel in het BW (conclusie)
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644957:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door de afscheiding wordt een bestanddeel een zelfstandige zaak. De hoofdregel luidt dat op deze nieuwe zaak een eigendomsrecht komt te rusten dat dezelfde kenmerken heeft als het eigendomsrecht op de zaak waarvan het bestanddeel is afgescheiden. Dit houdt in dat dezelfde typen zakenrechtelijke rechten die op de hoofdzaak rusten ook op het afgescheiden bestanddeel rusten, tenzij het wettelijke systeem dit niet accepteert.
Een uitzondering op de hoofdregel doet zich voor wanneer de afscheiding is geschied op grond van een afscheidingsrecht (ius tollendi). Dat recht komt in bepaalde, door de wet omschreven gevallen, aan iemand toe als diens zaak is verbonden met een andere zaak. Dit is zelfs het geval als deze verbinding natrekking tot gevolg heeft. Het eigendomsrecht op de afgescheiden zaak is dan gelijk aan het eigendomsrecht dat op die zaak rustte voordat zij was nagetrokken. Dit betekent dat dezelfde typen zakenrechtelijke rechten die vóór de natrekking op de zaak rustten, eveneens na de afscheiding op deze zaak komen te rusten.
De uitzondering op de hoofdregel van afscheiding biedt financieringsmogelijkheden in een “circulaire economie”, waarin de “modulair” geproduceerde zaak steeds vaker een rol speelt. Een financier kan meer zekerheid verkrijgen door een afscheidingsrecht. Een bank bijvoorbeeld kan vóór de verbinding op een “modulaire” zaak, die dan nog roerend is, een pandrecht vestigen tot zekerheid van terugbetaling van een lening die zij heeft verschaft aan de producent. Als de zaak vervolgens wordt verbonden met een hoofdzaak, dan gaat het pandrecht (en het eigendomsrecht van de producent) door de natrekking teniet. Is de producent echter gerechtigd tot een afscheidingsrecht, dan kan hij (onder bepaalde voorwaarde) de verbinding ongedaan maken, waardoor de zakenrechtelijke toestand van vóór de verbinding opnieuw in ere wordt hersteld. Dit betekent dat de producent opnieuw eigenaar wordt van de afgescheiden zaak en de bank pandhouder. Doordat een ius tollendi een vermogensrecht is in de zin van art. 3:6 BW, kan de bank bij het verstrekken van de lening de voorwaarde stellen, dat het afscheidingsrecht van de producent wordt overgedragen aan de bank via cessie.
Met een dubbele huurconstructie verkrijgt de producent (en dus via cessie uiteindelijk de bank) een afscheidingsrecht. Deze constructie biedt een uitkomst voor de gevallen waarin het (financieel) niet mogelijk is of niet loont om een zakelijk recht te vestigen ten behoeve van de producent (en bank). De huurconstructie is een goedkope oplossing, aangezien er geen notaris- en inschrijvingskosten mee zijn gemoeid: zij komt tot stand via het sluiten van overeenkomsten.