25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.1:61.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.1
61.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 5:11 t/m 5:20 Awb, Kamerstukken II 1994/95, 23700 (Derde Tranche Awb) en Stb. 1996, 333.
Die spanning kwam ook tijdens de parlementaire geschiedenis aan de orde, zie Kamerstukken II 1994/95, 23700, 3, p. 137-138.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht regelt het ‘Toezicht op de naleving’ van voorschriften.1 Met het opnemen van deze titel heeft de wetgever beoogd eenheid aan te brengen in het toezicht en tegelijkertijd de mogelijkheid van verscheidenheid opengelaten. Waar voorheen per beleidsterrein toezichtsbevoegdheden werden toegekend en genormeerd, heeft de huidige systematiek een omgekeerd stelsel. Alle toezichthouders beschikken over de in titel 5.2 neergelegde bevoegdheden, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van een bestuursorgaan anders is bepaald. Het gebruik van die bevoegdheden wordt genormeerd door de Awb.
De uitoefening van toezichtsbevoegdheden kan op gespannen voet staan met de vrije rechtssfeer van burgers.2 In deze bijdrage bezien wij de Awbbepalingen van titel 5.2 vanuit het spanningsveld tussen de adequate uitoefening van toezicht enerzijds en de rechten van justitiabelen anderzijds. Daartoe schetsen wij eerst kort het toepassingsbereik van titel 5.2 en de bevoegdheden die daarin zijn neergelegd. Vervolgens komen recente ontwikkelingen op het gebied van de medewerkingsplicht aan de orde (paragraaf 3), besteden wij aandacht aan het moderne toezichtinstrumentarium en de vraag naar de begrenzing daarvan (paragraaf 4) en gaan we in op de rechtsbescherming tegen de uitoefening van toezichtsbevoegdheden (paragraaf 5). Daarbij zal ook de vraag aan de orde komen of de besproken ontwikkelingen, gelet op het bestaande spanningsveld, vragen om aanpassing van titel 5.2 Awb.