V-N 2025/18.24
Ondernemingskamer handelt in strijd met procedureregels rond rechterswisseling na zitting
HR 24-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:114, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 2025
- Magistraten
Tanja-van den Broek, Du Perron, Wattendorff
- Zaaknummer
24/00695
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8430:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:114, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1231, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2024
- Wetingang
art. 2:335 BW; art. 6 EVRM
Essentie
De civiele kamer van de Hoge Raad bevestigt zijn vaste rechtspraak dat bij een rechterswisseling voorafgaand aan de eerstvolgende uitspraak aan partijen mededeling moet worden gedaan, met opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde datum van uitspraak. De Hoge Raad voegt aan deze vaste rechtspraak toe dat deze regel ook geldt in zaken die door de ondernemingskamer worden behandeld ten aanzien van de raden ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Samenvatting
In deze procedure vindt op 3 juni 2021 in hoger beroep bij de ondernemingskamer een mondelinge behandeling plaats ten overstaan van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.