Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.8:17.8 De invloed van mensenrechtelijke normen
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.8
17.8 De invloed van mensenrechtelijke normen
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS458223:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), zie par. 15.3.2
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste dimensie is die van de invloed van mensenrechtelijke normen. In dat opzicht is een eerste belangrijke constatering dat de invloed van het voor Europa belangrijkste mensenrechtelijke verdrag, het EVRM, gegeven is. Elk lidstaat is partij bij dat verdrag. Bovendien kent het een rechterlijk toezichtmechanisme in de vorm van het EHRM. Bij klassiek-verdragsrechtelijke samenwerking is lang niet elke verdragspartner partij bij het EVRM. Wel is de verdragspartner in veel gevallen partij bij een ander mensenrechtenverdrag, zoals vooral het IVBPR, maar dat kent doorgaans geen bindend rechterlijk toezichtmechanisme. Bovendien bestaat altijd de mogelijkheid dat een verdrag wordt gesloten met een land dat partij is bij geen enkel mensenrechtenverdrag. Veel algemene rechtshulpverdragen zijn echter tot stand gekomen binnen de Raad van Europa. De gelding van het EVRM binnen de EU is vergeleken met de partijen bij dat corpus van verdragen geen groot verschil, aangezien het overgrote deel van de staten die partij zijn bij rechtshulpverdragen van de Raad van Europa ook partij is bij het EVRM.
Sinds Lissabon zijn met name twee kenmerken van de huidige EU op dit vlak van belang: (1) het Handvest van de Grondrechten is voortaan bindend voor de instellingen en lidstaten bij uitvoering van EU-recht en (2) de EU zal op termijn zelf partij worden bij het EVRM. Voor dat tweede aspect is maar de vraag welke betekenis het heeft voor de rol van het vertrouwen betreffende mensenrechtelijke normen bij strafrechtelijke samenwerking binnen de EU. Een antwoord op die vraag is in dit stadium moeilijk te geven.
De gebondenheid bij uitvoering van EU-recht aan het Handvest is zonder meer belangrijk. Deze is bij samenwerking op grond van EU-regelgeving immers gegeven. Wel lijkt de materiële rechtsbescherming die het Handvest biedt bovenop het EVRM beperkt. Niettemin is van belang dat het Hof van Justitie met name in het kader van prejudiciële vragen het Handvest rechtstreeks toepast. Hoewel de toegevoegde rechtsbeschermende waarde van het Handvest ten opzichte van het EVRM beperkt is, levert de rechtstreekse toepassing door het Hof van Justitie toch voordelen op. De zaak-Aranyosi en Căldăraru illustreert dit. In die zaak kon het Hof van Justitie immers uitgebreid uiteenzetten op welke wijze toetsing aan, in dat geval, artikel 4 Handvest dient plaats te vinden, welke informatieplichten over en weer gelden en welke gevolgen de conclusie dat er, ook weer in dat geval, een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling bestaat moet krijgen. Veel meer dan het EHRM in zijn doorgaans zeer casuïstische rechtspraak is het Hof van Justitie aldus in staat richting te geven aan de rechters van de lidstaten.1
Hoewel misschien niet zonder meer als mensenrechtelijke normen te kenschetsen, is ook de ontwikkeling van minimumnormen en procedurele waarborgen in dit opzicht relevant. Veelal zijn zij een concretisering van algemener geformuleerde mensenrechtelijke of grondrechtelijke bepalingen en lenen zij zich beter voor concrete en ondubbelzinnige toepassing. Dit komt de rechtszekerheid van de justitiabele ten goede. Al met al kan worden gezegd dat het EU-kader aanvullende mensenrechtelijke waarborgen biedt, al zullen het EVRM en het toezicht op naleving daarvan door het EHRM voorlopig ook nog van grote waarde zijn en in wezen nog voorop staan.