AB 1996, 116
RvS, 10-04-1995, nr. H01950014/P90, nr. K01950004
RvS 10-04-1995, ECLI:NL:RVS:1995:AH5287, m.nt. P.J.J. van Buuren
- Instantie
Raad van State
- Datum
10 april 1995
- Magistraten
Boukema
- Zaaknummer
H01950014/P90
K01950004
- Noot
P.J.J. van Buuren
- LJN
AH5287
- JCDI
JCDI:ADS870107:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1995:AH5287, Uitspraak, Raad van State, 10‑04‑1995
- Wetingang
AWB art. 8:70; AWB art. 8:72 lid 1; AWB art. 8:72 lid 4; AWB art. 8:81; AWB art. 8:86; Gem.w art. 131 lid 1; Gem.w art. 131 lid 2; Gem.w art. 136
Essentie
Begunstigingstermijn bij opleggen van dwangsom maakt deel uit van bestuursdwangsbesluit; verband tussen gegrond verklaren van beroep, vernietigen en zelf in de zaak voorzien. [Gem. Beuningen]
Samenvatting
Een begunstigingstermijn maakt deel uit van een dwangsombesluit, wat met zich brengt dat de beoordeling van een dwangsombesluit ook betrekking kan hebben op de vraag of daarin een redelijke begunstigingstermijn is opgenomen.
In dit geval was in het primaire dwangsombesluit een begunstigingstermijn van vier weken opgenomen. De beslissing op het bezwaarschrift bevatte geen nieuwe begunstigingstermijn. In de aangevallen uitspraak gewezen in de hoofdzaak heeft de president bepaald dat het verbeuren van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.