AB 2000, 241
Vergunning geldt voor één locatie; rechtsopvolging vergunninghouder na verzoek om intrekking van vergunning; bedenkingen rechtsopvolger moeten worden opgevat als intrekking van het eerder gedane verzoek.
RvS 13-04-2000, ECLI:NL:RVS:2000:AN6353, m.nt. C.L. van Knijff
- Instantie
Raad van State
- Datum
13 april 2000
- Magistraten
Hulshof
- Zaaknummer
199903186/1
199903186/2
- Noot
C.L. van Knijff
- LJN
AN6353
- JCDI
JCDI:ADS869950:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Milieurecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2000:AN6353, Uitspraak, Raad van State, 13‑04‑2000
- Wetingang
WMb art. 1.1 lid 1; WMb art. 8.1 lid 1; WMb art. 8.20 lid 1; WMb art. 8.26 lid 1
Essentie
Vergunning geldt voor één locatie; rechtsopvolging vergunninghouder na verzoek om intrekking van vergunning; bedenkingen rechtsopvolger moeten worden opgevat als intrekking van het eerder gedane verzoek.
Samenvatting
Gelet op de omschrijving van het begrip inrichting in art. 1.1 lid 1 Wm, bezien in samenhang met art. 8.1 lid 1 van die wet, geldt een vergunning voor één bepaalde in de aanvraag van de vergunning omschreven of uit een daarbij behorende kaart blijkende locatie. Indien de daar verrichte activiteiten vanaf een bepaald moment op of vanuit een andere locatie worden verricht, heeft dit niet tot gevolg dat de vergunning met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.