Gst. 2006, 172
172. Vz. ABRvS 4-8-06. Vergunningverlening, art. 19d Natuurbeschermingswet 1998. Habitattoets, ontbreken significante gevolgen. Toetsing nadelige gevolgen vergunning, instandhoudingsdoelstellingen beschermd gebied. (Zuid-Holland) m.nt. S.D.P. Kole
RvS 04-08-2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5899, m.nt. S.D.P. Kole
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 augustus 2006
- Magistraten
mr. P.J.J. van Buuren
- Zaaknummer
200604120/1
- Noot
S.D.P. Kole
- LJN
AY5899
- JCDI
JCDI:ADS883193:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2006:AY5899, Uitspraak, Raad van State, 04‑08‑2006
- Wetingang
Essentie
Vergunningverlening, art. 19d Natuurbeschermingswet 1998. Habitattoets, ontbreken significante gevolgen. Toetsing nadelige gevolgen vergunning, instandhoudingsdoelstellingen beschermd gebied. (Zuid-Holland)
Samenvatting
Bij afwezigheid van de noodzaak een passende beoordeling als bedoeld in art. 19f NB-wet te maken vanwege het ontbreken van significante gevolgen, dient verweerder niettemin ingevolge art. 19d NB-wet te beoordelen of de aangevraagde vergunning bij afweging van de betrokken belangen kan worden verleend. Daarbij behoort hij na te gaan of de handelingen waarvoor de vergunning is aangevraagd, hoewel significante gevolgen van die handelingen voor het gebied zijn uitgesloten, zodanig nadelige effecten hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.