Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.1:9.1 Inleiding
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601113:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meeste geschillen in uitkoopprocedures zien op de waarde van de over te dragen aandelen en de vast te stellen uitkoopprijs. Waarde is een subjectief begrip en de vaststelling van de uitkoopprijs vaak arbitrair.
De wet bevat weinig tot geen voorschriften hieromtrent. De algemene uitkoopregeling in art. 2:92a/201a BW kent geen regels en de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW geeft een vermoeden om onder omstandigheden aan te sluiten bij de tegenprestatie van een voorafgaand bod.
De OK heeft in haar rechtspraak een aantal uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de prijsbepaling. Deze uitgangspunten bespreek ik in § 9.2.2. Het ontbreken van duidelijke (wettelijke) regels voor het vaststellen van de prijs is naar mijn mening onwenselijk. Het zorgt voor onzekerheid en vertraging van de procedure. In § 9.2.3 pleit ik voor een systeem naar het voorbeeld van de Belgische en Duitse uitkoopregeling, waarin de wet een duidelijk kader geeft voor het vaststellen van de prijs voor de over te dragen aandelen.
Er zijn verschillende manieren om de waarde van minderheidsaandelen te berekenen. In § 9.3 geef ik een overzicht van de uitgangspunten en methodes die de OK hanteert voor de waardering van de aandelen. Ik maak onderscheid tussen de waardering van courante (§ 9.3.2) en incourante aandelen (§ 9.3.3). Bij de eerstgenoemde soort kan de OK voor de waarde aansluiting zoeken bij een referentiepunt in de markt, zoals de beurskoers (§ 9.3.2 sub a) of de prijs van een voorafgaand bod (§ 9.3.2 sub b). De waardering van incourante aandelen is gecompliceerder. Deze geschiedt veelal op basis van door de uitkoper overgelegde stukken, waaronder een verklaring van een waarderingsdeskundige of door middel van een door de OK gelast deskundigenonderzoek. De opdracht en de positie van de deskundigen komen uitgebreid in § 9.2.4 aan bod. De laatste manier om de waarde van de aandelen te berekenen is door middel van het wettelijk prijsvermoeden van de bijzondere uitkoopregeling in art. 2:359c lid 6 BW (§ 9.3.4).
Voor de hoogte van de uitkoopprijs speelt voorts de peildatum een belangrijke rol. Dit is de dag waarop de OK de waarde van de over te dragen aandelen vaststelt. De peildatum staat centraal in § 9.4.
De uitkoopprijs moet in contanten luiden. In de laatste paragraaf behandel ik de vraag of de mogelijkheid van een prijs in aandelen denkbaar is en of de prijs ook in buitenlandse valuta mag luiden.