Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.3.1:11.3.1 Inbreng in geld en natura
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.3.1
11.3.1 Inbreng in geld en natura
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409083:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Stammkapital van de GmbH komt tot stand doordat haar aandeelhouders storten op hun aandelen. Zij kunnen aan hun stortingsplicht voldoen door inbreng in geld (Bareinlage) of inbreng in natura (Sacheinlage). Rechten op het verrichten van arbeid of diensten kunnen niet worden ingebracht. Uit § 24 GmbHG volgt dat aandeelhouders niet alleen aansprakelijk zijn voor de volstorting van hun eigen aandelen, maar ook voor de stortingsplicht van hun medeaandeelhouders, voor zover deze medeaandeelhouders daartoe zelf niet in staat zijn. Met name bij vennootschappen met een klein aantal aandeelhouders impliceert deze regel een wezenlijk aansprakelijkheidsrisico.1
Het MoMiG heeft een bepaling in het GmbH-Gesetz geïntroduceerd die een kasrondje bij oprichting (onder omstandigheden) legitimeert.2 In § 19(5) GmbHG is bepaald dat de GmbH op aandelen gestorte gelden of goederen mag teruglenen aan de aandeelhouder, mits de GmbH daarvoor een volwaardige vordering op de aandeelhouder krijgt die te allen tijde opeisbaar is. Als de teruglening van de gestorte middelen aan deze strikte voorwaarden voldoet, heeft de aandeelhouder aan zijn stortingsplicht voldaan.