Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/2.3.3.1
2.3.3.1 Een continuüm
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192743:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de definities van UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 9; Adriaanse e.a. 2004, p. 29-30; Vriesendorp 2013, p. 5 en Tollenaar 2016, p. 4. De Wereldbank definieert ‘formal proceedings’ niet in World Bank 2012, noch in World Bank Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes 2015.
Vgl. de definities van UNCITRAL in UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 9-10; Vriesendorp 2013, p. 5. Adriaanse e.a. hanteren de volgende definitie van informele reorganisatie: “een reorganisatietraject dat zich afspeelt buiten wettelijke kaders en als doel heeft het herstellen van de gezondheid van een onderneming in financiële moeilijkheden binnen dezelfde entiteit”. Zie Adriaanse e.a. 2004, p. 34. Deze definitie veronderstelt dus dat er binnen de rechtspersoon wordt gereorganiseerd. Die beperking wil ik niet aanleggen, een informeel traject kan ook resulteren in een activatransactie, vgl. §2.3.4.
Wanneer informele reorganisatie niet kan slagen (bijvoorbeeld omdat consensus is vereist of omdat er geen afkoelingsperiode van kracht is) kan het informeel aangevangen proces ook als opmaat voor een formele reorganisatie fungeren. World Bank 2012, p. 5-6.
World Bank 2012.
World Bank 2012, p. 3-5. De Wereldbank merkt daarbij op dat gepresenteerde glijdende schaal niet noodzakelijkerwijs verband houdt met de ernst of urgentie van de financiële moeilijkheden.
World Bank 2012, p. 8; 16-17; UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005, p. 11 en 22; Adriaanse e.a. 2004, p. 30.
World Bank 2012, p. 16-17. Of in een bepaalde jurisdictie een goed klimaat voor herstructureringen bestaat, is afhankelijk van nog veel meer factoren. Van belang zijn bijvoorbeeld het fiscale recht, de effectiviteit van het executierecht, toezichtrechtelijke regels etc. Zie voor een overzicht van relevante factoren: World Bank 2012, p. 26.
21. Financiële reorganisatie kan op veel verschillende manieren plaatsvinden. Onder formele reorganisatiemethoden versta ik in insolventiewetgeving verankerde procedures waarmee een reorganisatie kan worden bewerkstelligd. Traditioneel gezien gaat het dan om collectieve, openbare procedures met verstrekkende rechtsgevolgen. Zo verliest de schuldenaar doorgaans geheel of gedeeltelijk de beschikkingsbevoegdheid over zijn vermogen en wordt er een onafhankelijke derde benoemd als toezichthouder of curator.1 Informele reorganisatie vindt buiten deze bijzondere regelingen plaats.2 Deze manier van reorganisatie fungeert als een alternatief voor, of een complement van, formele procedures.3
De Wereldbank publiceerde in 2012 een rapport met de titel ‘Out-of-Court Debt Restructuring’.4 De Wereldbank presenteert het arsenaal aan reorganisatie-instrumenten dat tot een financiële reorganisatie leidt als een continuüm. Het betreft een glijdende schaal aan mogelijkheden. Aan de uiterste linkerzijde staan oplossingen die op zeer informele wijze tot stand komen, namelijk op basis van consensus. Uiterst rechts staat de klassieke insolventieprocedure, gericht op liquidatie van het vermogen. Daartussen liggen diverse schakels die, naar mate ze meer gepaard gaan met formaliteiten en/of rechterlijke inmenging, verder aan de rechterzijde van het continuüm geplaatst worden. Deze verschillende reorganisatiemethoden kunnen elkaar deels overlappen en zijn bovendien in hun functioneren afhankelijk van de specifieke karakteristieken van de andere procedures.5 Zo zullen schuldeisers en ondernemers hun gedrag tijdens een informele reorganisatie afstemmen op hun verwachte positie in een formele reorganisatieprocedure.6 Regels inzake verhaalsbenadeling, bestuurdersaansprakelijkheid en/of het verlies van controle over de onderneming in een bepaalde procedure kunnen mede bepalen welke reorganisatieprocedure in een concreet geval met succes kan worden ingezet. Ook de bijzondere verhaalspositie die bepaalde schuldeisers in een specifieke insolventieprocedure hebben, zal mede bepalend zijn voor het al dan niet coöperatieve gedrag van individuele schuldeisers. Ten slotte speelt de reputatie van bepaalde procedures een niet te onderschatten rol. Indien een bepaalde procedure bekend staat als duur, lang of inefficiënt, levert dat een prikkel op om op een andere manier te reorganiseren.7