NJB 2023/2833
Strafrechtelijke immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 Grondwet: toepassing HR 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342 (Pikmeer II). Zulke immuniteit dient alleen te worden aangenomen als de betreffende gedragingen naar hun aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. In andere gevallen is er wegens de hier te betrachten gelijkheid geen aanleiding immuniteit aan het openbaar lichaam te verlenen. Hierbij is niet beslissend of de gedraging niet anders dan in het kader van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak kan worden verricht, maar of deze gedraging in het kader van de uitvoering van die taak niet anders dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht. In casu vond het tenlastegelegde plaatsen van onbeschermde (muskusrat)klemmen door het waterschap plaats ter uitvoering van de in art. 1 lid 3 Waterschapswet jo art. 3.2a Waterwet aan het waterschap opgedragen taak zo goed mogelijk zorg te dragen voor het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten. Dat betekent niet dat het feitelijk plaatsen van onbeschermde (muskusrat)klemmen naar zijn aard en gelet op het wettelijk systeem niet door anderen dan bestuursfunctionarissen in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak kan worden verricht. Het hof heeft aldus ten onrechte geoordeeld dat het waterschap voor de tenlastegelegde gedragingen immuniteit toekomt.
HR 21-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1607
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
22/01250
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1607, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:860, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2022
- Wetingang
(art. 348 Sv; Grondwet)
Essentie
Strafrechtelijke immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 Grondwet: toepassing HR 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA9342 (Pikmeer II). Zulke immuniteit dient alleen te worden aangenomen als de betreffende gedragingen naar hun aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. In andere gevallen is er wegens de hier te betrachten gelijkheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.