Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.5.2.2:6.5.2.2 Art. 3:82
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.5.2.2
6.5.2.2 Art. 3:82
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482384:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Toelichting-Meijers wordt opgemerkt:
‘behoudens een enkele uitzondering, gaan de afhankelijke rechten met het hoofdrecht over zonder dat daarvoor een bijzondere handeling of een bijzonder beding nodig is.’1
De wet bepaalt dit uitdrukkelijk in art. 3:82. Nu uit de aard van afhankelijke rechten voortvloeit dat deze automatisch met het hoofdrecht mee over gaan – en derhalve voor mandeligheid en de hiervoor onder 3.1.1 genoemde gemeenschap van roerende zaken uit art. 3:83 lid 1 voortvloeit dat zelfstandige overgang van het afhankelijke recht niet mogelijk is – lijkt mij dit artikel overbodig.2 Van belang zou de wettekst nog kunnen zijn voor de ‘uitzonderingen’.
Deze uitzonderingen dienen – nu deze volstrekt in strijd zijn met de aard van het recht – noodzakelijkerwijs uit de wet te volgen. Ter zake van mandeligheid en de meermalen genoemde gemeenschap van roerende zaken (zie 3.1.1) is deze uitzondering niet gemaakt. Overigens ben ik ook elders dergelijke uitzonderingen niet tegengekomen.