Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.5.1
4.5.1 De tekst van een 403-verklaring
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648936:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor jurisprudentie met betrekking tot de uitleg van de tekst van een 403-verklaring, zie paragraaf 4.5.3.
Het opnemen van de datum is evenwel zinloos. Het is niet mogelijk een datum op te nemen die teruggaat in de tijd, althans dat heeft geen betekenis. Wanneer op 1 juli 2020 een aansprakelijkheidsverklaring wordt gedeponeerd waarin staat dat de consoliderende rechtspersoon reeds sinds 1 januari 2010 kon worden aangesproken, dan hebben de schuldeisers toch niet de mogelijkheid gehad om de consoliderende rechtspersoon bijvoorbeeld op 1 april 2020 aansprakelijk te stellen.
In voorgaande paragraaf kwam aan de orde dat een 403-verklaring verbintenissen schept. Daarmee is het de vraag wat de inhoud van deze verbintenissen is. De vraag of een consoliderende rechtspersoon aansprakelijk is en wat de omvang van die aansprakelijkheid is, wordt bepaald aan de hand van de tekst van de 403-verklaring en dus niet aan de hand van artikel 2:403 BW.
Wanneer een 403-verklaring verplicht een vaststaande tekst zou moeten bevatten dan zouden uitlegvragen niet of in mindere mate aan de orde zijn.1 Maar dat is niet het geval. Meestal wordt een tekst gebruikt, die aansluit bij de tekst van artikel 2:403 lid 1 sub f BW. Een veel voorkomende tekst is:
“Hierbij verklaart Consoliderende Rechtspersoon B.V. zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van Vrijgestelde Rechtspersoon B.V.”
Regelmatig wordt in de 403-verklaring verwezen naar artikel 2:403 BW. De tekst ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:
“Hierbij verklaart Consoliderende Rechtspersoon B.V. zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van Vrijgestelde Rechtspersoon B.V. zoals bedoeld in artikel 2:403 BW.”
Regelmatig wordt een ingangsdatum opgenomen. Daarbij moet worden opgepast dat niet onbedoeld een temporele beperking in de 403-verklaring wordt opgenomen. Dit kan ertoe leiden dat de reikwijdte van de 403-verklaring wordt beperkt. In dat geval biedt de 403-verklaring minder dekking aan schuldeisers dan minimaal is vereist om de vrijstelling van artikel 2:403 BW te mogen toepassen. Regelmatig voorkomende formuleringen waarin een ingangsdatum is opgenomen is:
“Met ingang van 1 januari 2020 verklaart Consoliderende Rechtspersoon B.V. zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen van Vrijgestelde Rechtspersoon B.V. voortvloeiende schulden”
“Met ingang van boekjaar 2020 verklaart Consoliderende Rechtspersoon B.V. zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen van Vrijgestelde Rechtspersoon B.V. voortvloeiende schulden”
“Consoliderende Rechtspersoon B.V. verklaart zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen van Vrijgestelde Rechtspersoon B.V. voortvloeiende schulden vanaf 1 januari 2020.”
“Consoliderende Rechtspersoon B.V. verklaart zich hoofdelijk aansprakelijk voor schulden voortvloeiend uit sinds 1 januari 2020 door Vrijgestelde Rechtspersoon BV verrichte rechtshandelingen.”
De onder i en ii genoemde formuleringen vormen geen risico, ervan uitgaande dat de 403-verklaring tijdig is gedeponeerd.2 De formulering opgenomen onder iii zou een risico kunnen opleveren. De vraag is waar de ingangsdatum van 1 januari 2020 betrekking op heeft. Heeft de datum betrekking op het moment vanaf wanneer de consoliderende rechtspersoon kan worden aangesproken, dan is er geen temporele beperking. Wordt de verklaring echter zo gelezen dat de datum betrekking heeft op het moment vanaf wanneer verrichte rechtshandelingen worden geacht te zijn gedekt door de verklaring, dan is sprake van een temporele beperking. Het voorbeeld onder iv bevat een temporele beperking, aangezien de tekst aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon voor schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen die plaatsvonden voor 1 januari 2020 uitsluit.
Gezien het feit dat het opnemen van een ingangsdatum een risico op kan leveren in het licht van een mogelijk onbedoelde temporele beperking, is het niet aan te raden om een ingangsdatum op te nemen in een 403-verklaring.