RF 2018/14
Voorwetenschap. Is het oordeel van het hof dat de voorzitter van de raad van commissarissen van een beursvennootschap transacties in aandelen verrichte terwijl hij over voorwetenschap beschikte begrijpelijk?
HR 05-12-2017, ECLI:NL:HR:2017:3074
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
16/02207
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928103:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Financiële planning / Beleggen en sparen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:3074, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:1313, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑10‑2017
- Wetingang
Art. 46 Wte 1995 (oud); art. 5:56 Wft (oud); art. 14 Verordening marktmisbruik
Essentie
Voorwetenschap.
Is het oordeel van het hof dat de voorzitter van de raad van commissarissen van een beursvennootschap transacties in aandelen verrichte terwijl hij over voorwetenschap beschikte begrijpelijk? Verstrekte de voorzitter van de raad van commissarissen de opdracht tot de aandelentransacties voordat hij over voorwetenschap beschikte?
Samenvatting
De verdachte, de voorzitter van de raad van commissarissen van een beursvennootschap, was bekend met niet openbaar gemaakte concrete informatie over een aanstaande overname van de beursvennootschap. De verdachte heeft, kort na het annuleren van een transactie, opdracht gegeven voor een viertal transacties. Het hof achtte bewezen dat verdachte gebruik heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.