Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.3.2
8.3.2 Voorstel tot hervorming van de Berner Conventie
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS461633:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De indeling van het herformuleringsontwerp in vier hoofdstukken blijft gehandhaafd— dat maakt de zaak overzichtelijk.
Daarnaast kunnen in art. 2 van het voorstel ook nog andere, nader te bepalen definities worden toegevoegd, bijvoorbeeld 'Directeur-Generaal' (thans gedefinieerd in art. 6 lid 1 Berner Conventie).
Zie alinea 1226 hiervoor.
Zie alinea's 1227 e.v. hiervoor.
Zie alinea 1226 hiervoor.
Zie alinea 1226 hiervoor.
Zie alinea 1226 hiervoor.
Zie alinea 1223 hiervoor. Men zou art. 3 van het herformuleringsontwerp ook geheel kunnen schrappen: het materiële toepassingsgebied blijkt immers reeds uit art. 1 (zie ook noot 41 van dit hoofdstuk 8), en het formele toepassingsgebied wordt dan niet genoemd (is dus onbegrensd). Om misverstanden te voorkomen wordt in het voorstel niettemin toch een bepaling aan het toepassingsgebied gewijd.
Zekerheidshalve wordt 'of land van oorsprong' vervangen door 'of op welke andere grond dan ook.'
Zie alinea 1220 hiervoor.
Zie alinea 1227 e.v. hiervoor; alsmede art. 2 lid 2 en art. 8.
Zie alinea 1222 hiervoor.
Zie alinea 1224 hiervoor.
Zie alinea's 1227 e.v. hiervoor.
Zie alinea 1229 hiervoor. Vgl., wat betreft de redactie van deze bepaling, ook art. 2 lid 3 van Richtlijn 91/250/ EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (PbEG 1991, L122/42).
Zie alinea 1230 hiervoor.
Zie alinea 1220 hiervoor.
Zie alinea 1220 hiervoor.
Zie alinea 1225 hiervoor.
Zie alinea 1220 hiervoor.
Zie par. 8.2.1.
Zie hoofdstukken 1 tot en met 5.
En daarmee is ook het onafhankelijkheidsbeginsel op conflictenrechtelijk vlak gediend.
Daarmee is het onafhankelijkheidsbeginsel op vreemdelingenrechtelijk vlak vervolmaakt (daargelaten de retorsiebepaling maar die werkt alleen vis-à-vis niet-Unie-landen). ).
1232. Wijzigingen in herformuleringsontwerp. Hoe worden de zojuist besproken voorstellen nu concreet in tekst vertaald? Bezien wij welke wijzigingen in het herformuleringsontwerp nodig zijn.1
Artikel 1 van het herformuleringsontwerp (Unie) behoeft geen aanpassing.
Artikel 2 van het herformuleringsontwerp (definities) behoeft de volgende aanpassingen.2
Artikel 2 lid 2 van het herformuleringsontwerp (definitie van het 'land van oorsprong') wordt geschrapt.3 Het wordt vervangen door een definitie van de auteur' .4
Artikel 2 lid 3 van het herformuleringsontwerp (definitie van 'gepubliceerde werken') blijft vrijwel gelijk; het wordt een definitie van `publiceren'.5
Artikel 2 lid 4 van het herformuleringsontwerp (definitie van gelijktijdige publicatie) wordt geschrapt.6
Artikel 2 lid 5 van het herformuleringsontwerp (gelijkstelling van niet-Unieauteurs) wordt geschrapt.7
Artikel 3 van het herformuleringsontwerp (materiële en formele toepassingsgebied) wordt gewijzigd. Lid 1 wordt aangevuld met het formele toepassingsgebied door toevoeging van de woorden "in alle landen van de Unie". Lid 2 wordt geschrapt.8
Artikel 4 van het herformuleringsontwerp (non-discriminatiebeginsel) behoeft enige aanpassing. In de eerste plaats wordt de referte aan het land van oorsprong geschrapt; dat concept is immers afgeschaft.9 In de tweede plaats wordt de bijzin "behoudens ingevolge de door deze Conventie uitdrukkelijk toegelaten uitzonderingen" vervangen door "behoudens ingevolge artikel 6 van deze Conventie." De materiële-reciprociteitstoetsen zijn immers afgeschaft.10 De enige resterende uitzondering op het non-discriminatiebeginsel is de retorsiebepaling, die in artikel 6 van het voorstel wordt neergelegd.
Artikel 5 van het herformuleringsontwerp (toepasselijk recht) behoeft slechts één kleine aanpassing: lid 3 onder b (de lex loci protectionis bepaalt ten gunste van wie de rechten ontstaan) kan worden geschrapt. De subject-vraag wordt in het onderhavige voorstel immers door ius conventionis geregeld.11
Artikel 6 van het herformuleringsontwerp (bescherming in het land van oorsprong) wordt geschrapt.12 Het concept 'land van oorsprong' wordt immers afgeschaft.
Artikel 7 van het herformuleringsontwerp (retorsie) wordt gewijzigd en vernummerd tot artikel 6. De bepaling wordt iets ruimer opgezet en de refertes aan het land van eerste publicatie worden geschrapt.13
Artikel 8 van het herformuleringsontwerp (formaliteitenverbod) behoeft geen aanpassing. Deze bepaling wordt vernummerd tot artikel 7.
Artikel 9 van het herformuleringsontwerp (rechtsopvolgers) wordt gewijzigd en vernummerd tot artikel 8. De bepaling over de rechtsopvolgers (artikel 2 lid 6 Berner Conventie) wordt gecombineerd met een bepaling waarin het ius conventionis inzake de subject-vraag wordt vastgelegd.14 In een tweede lid wordt de regeling over arbeidsverhoudingen opgenomen.15 In een derde lid kan eventueel een `opt out'-mogelijkheid worden opgenomen.16
Artikel 10 van het herformuleringsontwerp (beschermde werken) wordt vernummerd tot artikel 9. In lid 6 wordt de materiële-reciprociteitstoets inzake toegepaste kunst (artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie) geschrapt.17
Verder worden in hoofdstuk II de artikelen 2bis, 6bis tot en met 17, en 21 Berner Conventie opgenomen; de materiële-reciprociteitstoetsen in de artikelen 7 lid 8 en 14ter lid 2 worden geschrapt.18 In hoofdstuk III (administratieve bepalingen) worden de artikelen 22 tot en met 26 van de Berner Conventie opgenomen. En in hoofdstuk IV (slotbepalingen) worden de artikelen 18, 20, en 27 tot en met 38 van de Berner Conventie opgenomen, waarbij artikel 18 wordt aangepast19, en de materiële-reciprociteitstoets in artikel 30 lid 2 onder b, tweede volzin, wordt geschrapt.20
1233. Voordelen. Met deze aanpassingen ontstaat een nieuwe Berner Conventie, die als volgt kan worden gekenschetst.
In conflictenrechtelijk opzicht is de conventie bij de tijd gebracht en verhelderd. Zij is toegerust met de meest wenselijke conflictregel, namelijk de exclusieve lex loci protectionis-verwijzing.21 Die conflictregel ligt, na conversie, ook in de huidige conventie, in het beginsel van nationale behandeling besloten, maar dat is, zoals wij hebben gezien, een pre-Savigniaanse, statutistische conflictregel die thans niet meer wordt begrepen.22 In het voorstel is de exclusieve lex loci protectionis-verwijzing als heden ten dage begrijpelijke, Savigniaanse conflictregel neergelegd. Tezamen met enkele andere verduidelijkingen — zoals bijvoorbeeld de bepaling over de verwijzingscategorie — wordt aldus een heldere conflictenrechtelijke regeling gegeven.23
In vreemdelingenrechtelijk opzicht is de conventie ook bij de tijd gebracht en zuiver gemaakt. Het non-discriminatiebeginsel is op dit vlak immers tot onaantastbaar uitgangspunt verheven door de afschaffing van materiële-recirociteitsuitzonderingen op dat beginsel 24 Dit beantwoordt aan het ideaal van een familie (Unie) van landen die elkaars onderdanen en werken werkelijk gelijk behandelen. Door de afschaffing van de materiële-reciprociteitsuitzonderingen is bovendien een bron van misverstanden, misslagen en misbruik geëlimineerd.
Het gekunstelde, thans achterhaalde en onbruikbaar geworden concept 'land van oorsprong' is geschrapt.
Het formele toepassingsgebied van de conventie is opener en reëler opgezet.
Het eenvormige recht van de conventie (ius conventionis) gaat in alle Unie-landen gelden, ook in wat voorheen het land van oorsprong was. Bovendien wordt de vraag ten gunste van wie het auteursrecht ontstaat, uniform geregeld.
1234. Conclusie. Alles bijeengenomen is het resultaat een afgeslankte conventie, die m.i. beter is dan de huidige conventie: zij is zuiverder, helderder en aanzienlijk eenvoudiger toe te passen. Zij voldoet aan de eisen van deze tijd, reduceert misbruikmogelijkheden, vormt aldus weer een aantrekkelijk platform voor verdere unificatie van het auteursrecht.
VOORSTEL TOT HERVORMING VAN DE BERNER CONVENTIE
HOOFDSTUK I — ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Unie
Unie(art. 1 BC)
De landen waarvoor deze Conventie geldt, vormen een Unie voor de
bescherming van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en
kunst.
Artikel 2 Definities
definitie werken(art. 2 lid 1 BC)
1. In deze Conventie worden onder "werken van letterkunde en kunst"(of
"werken") verstaan alle voortbrengselen op het gebied van letterkunde,
wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukking zij.
definitie auteur. (nieuw)
2. In deze Conventie wordt onder "auteur" verstaan degene die een werk van
letterkunde of kunst heeft geschapen
definitie publiceren(vgl. art. 3 lid 3 BC)
3. In deze Conventie wordt onder het "publiceren" van een werk verstaan het
uitgeven van het werk met toestemming van zijn auteur, welke ook de wijze
van vervaardiging moge zijn van de exemplaren, mits deze zodanig ter
beschikking zijn gesteld dat daarmede wordt voorzien in de redelijke
behoeften van het publiek, zulks met inachtneming van de aard van het werk. De opvoering van een toneelwerk of dramatisch-muzikaal werk, de vertoning van een cinematografisch werk, de uitvoering van een muziekwerk, de openbare voordracht van een werk van letterkunde, de overbrenging of radio-uitzending van werken van letterkunde of kunst, de tentoonstelling van een kunstwerk en het bouwen van een bouwwerk vormen geen publikatie.
4. [eventuele andere definities]
Artikel 3 Materieel en formeel toepassingsgebied
materieel gebied (art. 1 BC) formeel gebied (nieuw)
Deze Conventie is van toepassing op de bescherming, in alle landen van de Unie, van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en kunst.
Artikel 4 Non-discriminatie
nondiscriminatie. (art. 5 lid 1 BC)
Binnen het toepassingsgebied van deze Conventie is elke discriminatie op grond van nationaliteit of op welke andere grond dan ook verboden, behoudens ingevolge artikel 6 van deze Conventie
Artikel 5 Toepasselijk recht
lex lociprotectionis eneenvormig recht(art. 5 lid 1 BC)
1. De bescherming van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en kunst wordt beheerst
a. door uitsluitend het recht van het Unieland voor welks grondgebied deze
bescherming wordt ingeroepen, alsmede
b. door de bepalingen in hoofdstuk II van deze Conventie.
samenloop(art. 19 BC)
2. De bepalingen in hoofdstuk II van deze Conventie prevaleren boven het op
grond van het eerste lid onder (a) toepasselijke recht. Zij beletten evenwel
niet dat een beroep wordt gedaan op een grotere mate van bescherming, die door dit recht mocht zijn voorgeschreven.
lid 1 BC) (vgl. art. 5verwijzingscat
3. Onverminderd het tweede lid, bepaalt het op grond van het eerste lid onder .
(a) toepasselijke recht in het bijzonder:
a. welke voortbrengselen op het gebied van letterkunde, wetenschap en kunst als "werken van letterkunde en kunst" worden beschermd;
b. het ontstaan, de omvang en het einde van de rechten; en
c. de rechtsmiddelen die de auteur worden gewaarborgd ter handhaving van zijn rechten.
Sachnormverw
4. In het eerste lid onder (a) wordt onder "recht" verstaan het in een land van. de Unie geldende recht, met uitsluiting van regels van conflictenrecht.
openbare orde
5. De toepassing van het door het eerste lid onder (a) aangewezen recht kan slechts worden geweigerd voor zover deze toepassing klaarblijkelijk onverenigbaar zou zijn met de openbare orde.
publiekrecht
6. De toepassing van het in het eerste lid onder (a) bedoelde recht van het land voor welks grondgebied de bescherming wordt ingeroepen, is voorbehouden aan de autoriteiten van dit land voor zover het gaat om bepalingen van
publiekrechtelijke aard.
Artikel 6 Retorsie tegen niet-Unielanden
retorsie(vgl. art. 6 BC)
1. Wanneer een land dat geen lid is van de Unie (hierna te noemen een "niet-
Unieland") de werken van onderdanen van een Unieland niet in voldoende
mate beschermt, kan dat Unieland de bescherming beperken van werken, waarvan de auteurs, op het ogenblik van eerste publikatie van die werken, onderdaan zijn van het desbetreffende niet-Unieland en niet hun gewone verblijfplaats hebben in een Unieland. Indien een Unieland van deze bevoegdheid gebruik maakt, zijn de andere Unielanden niet gehouden aan de werken, die aldus aan een bijzondere behandeling zijn onderworpen, een ruimere bescherming toe te kennen dan die, welke hun in genoemd Unieland wordt toegekend.
2. De Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna te noemen de "Directeur-Generaal") is bevoegd om te onderzoeken of een niet-Unieland de werken van onderdanen van Unielanden in voldoende mate beschermt. Wanneer dat naar zijn mening niet het geval is, kan hij de Unielanden adviseren dan wel opdragen om in een bepaalde mate de bescherming te beperken van werken, waarvan de auteurs, op het ogenblik van eerste publikatie van die werken, onderdaan zijn van het desbetreffende niet-Unieland en niet hun gewone verblijfplaats hebben in een Unieland. De Directeur-Generaal zal zijn verklaring hieromtrent tijdig ter kennis van alle Unielanden brengen en openbaar maken.
3. Geen krachtens dit artikel opgelegde beperking zal de rechten mogen aantasten die een auteur mocht hebben verkregen op een werk dat is gepubliceerd voordat die beperking van kracht werd.
4. De Unielanden die krachtens dit artikel de bescherming van de rechten der auteurs beperken, moeten daarvan aan de Directeur-Generaal kennis geven door een schriftelijke verklaring, waarin moeten worden aangegeven de landen tegenover welke de bescherming wordt beperkt, evenals beperkingen waaraan de rechten van de tot die landen behorende auteurs zijn onderworpen. De Directeur-Generaal zal die verklaring dadelijk ter kennis van alle Unielanden brengen en openbaar maken.
HOOFDSTUK II — EENVORMIG RECHT
Artikel 7 Formaliteitenverbod
)
formaliteiten verbod(art. 5 lid 2 BC
De bescherming krachtens artikel 5 is aan geen enkele formaliteit onderworpen.
Artikel 8De auteur en zijn rechtsopvolgers
.subject-vraag rechtsopvolgers
1. De bescherming krachtens artikel 5 ontstaat ten gunste van de auteur;
Zij bestaat voorts ten gunste van zijn rechtsopvolgers.
auteur/ werknemer(nieuw)
2. Wanneer een werk is geschapen door een werknemer bij de uitoefening van zijn taken zoals omschreven in de arbeidsovereenkomst, gaan de rechten,
terstond nadat zij zijn ontstaan, van rechtswege krachtens deze bepaling over
op de werkgever, tenzij bij schriftelijke overeenkomst anders werd bepaald. Deze overgang heeft geen betrekking op de rechten genoemd in artikel [art. 6bis Berner Conventie].
voorbehoud scheppers doctrine(nieuw/ optioneel)
3. [Het is aan de wetgever van ieder Unieland voorbehouden om te bepalen dat
in zijn land het bepaalde in lid 2 buiten toepassing blijft. De landen die van
deze bevoegdheid gebruik maken, moeten daarvan kennis geven aan de
Directeur-Generaal door een schriftelijke verklaring die door deze laatste
onmiddellijk ter kennis van alle andere landen van de Unie wordt gebracht
en wordt openbaar gemaakt.]
Artikel 9 Beschermde werken
Opsomming werken(art. 2 lid 1 BC)
1. Als werken van letterkunde en kunst worden in ieder geval beschermd:
boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preken
en andere werken van dien aard; toneelwerken of dramatisch-muzikale
werken; choreografische werken en pantomimes; muzikale composities met of zonder woorden; cinematografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte werken worden gelijkgesteld; werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithografeer-kunst; fotografische werken, waarmee volgens een soortgelijke werkwijze uitgedrukte werken worden gelijkgesteld; werken van toegepaste kunst; illustraties en aardrijkskundige kaarten; tekeningen, schetsen en plastische werken, betrekking hebbende op de aardrijkskunde, de topografie, de bouwkunde of de wetenschappen.
Vorm tastbare
2. (tekst van artikel 2 lid 2 van de Berner Conventie)
vertalingen enz
3. (tekst van artikel 2 lid 3 van de Berner Conventie) .
officiële teksten
4. (tekst van artikel 2 lid 4 van de Berner Conventie)
verzamelingen
5. (tekst van artikel 2 lid 5 van de Berner Conventie)
toegepaste kunst
6. (tekst van artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie; met schrapping van de materiële-reciprociteitstoets in de tweede volzin)
nieuwsberichten(art. 2 lid 8 BC)
7. Nieuwstijdingen of gemengde berichten die louter het karakter van
persberichten dragen, zijn geen werken van letterkunde of kunst.
Artikelen 10 e.v.
(artikelen 2bis, 6bis tot en met 17, en 21 Berner Conventie; schrapping van de materiële-reciprociteitstoetsen in de artikelen 7 lid 8 en 14ter lid 2)
HOOFDSTUK III — ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
(artikelen 22 tot en met 26 van de Berner Conventie)
HOOFDSTUK IV — SLOTBEPALINGEN
(artikelen 18, 20, en 27 tot en met 38 van de Berner Conventie; aanpassing van artikel 18 en schrapping van de materiële-reciprociteitstoets in artikel 30 lid 2 onder b, tweede volzin)