NJB 2021/510
Bijstand of vertegenwoordiging verdachte in relatie tot vordering benadeelde partij: gelet op art. 51f lid 4 Sv zijn de bepalingen van bijstand of vertegenwoordiging, nodig in burgerlijke zaken, in het strafgeding niet van toepassing op de verdachte. Aldus geldt in het geval dat de goederen van een verdachte onder bewind zijn gesteld en met betrekking tot de verdachte de toepassing van de schuldsanering is uitgesproken, de verdachte zelfstandig kan procederen met betrekking tot een tegen hem ingestelde vordering van de benadeelde partij, en hij niet in rechte hoeft te worden vertegenwoordigd door de bewindvoerder
HR 02-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:140
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 februari 2021
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
20/00052
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:140, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑02‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1072, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑11‑2020
- Wetingang
Essentie
Bijstand of vertegenwoordiging verdachte in relatie tot vordering benadeelde partij: gelet op art. 51f lid 4 Sv zijn de bepalingen van bijstand of vertegenwoordiging, nodig in burgerlijke zaken, in het strafgeding niet van toepassing op de verdachte. Aldus geldt in het geval dat de goederen van een verdachte onder bewind zijn gesteld en met betrekking tot de verdachte de toepassing van de schuldsanering is uitgesproken, de verdachte zelfstandig kan procederen met betrekking tot een tegen hem ingestelde vordering van de benadeelde partij, en hij niet in rechte hoeft te worden vertegenwoordigd door de bewindvoerder