Gst. 2022/64
Art. 2.33 Wabo, intrekking omgevingsvergunning, evenredigheid, belangenafweging. (Bladel)
RvS 02-03-2022, ECLI:NL:RVS:2022:641, m.nt. M.H.W. Bodelier
- Instantie
Raad van State
- Datum
2 maart 2022
- Magistraten
Mr. A. ten Veen
- Zaaknummer
202000022/1/R2
- Noot
M.H.W. Bodelier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS651981:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Omgevingsrecht / Toezicht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:641, Uitspraak, Raad van State, 02‑03‑2022
- Wetingang
(Art. 2.33 Wabo)
Essentie
Art. 2.33 Wabo, intrekking omgevingsvergunning, evenredigheid, belangenafweging. (Bladel)
Samenvatting
Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is de door [appellante] aangevoerde omstandigheid dat na het ontstaan van de bevoegdheid tot intrekking nog handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, een omstandigheid die betrokken dient te worden bij de vraag of het met de intrekking van de vergunning gediende doel onevenredig is in verhouding tot de belangen van [appellante].
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 november 2019 in zaak nr. 18/2489 in het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.