NJ 1934, p. 1454
„Onder zich hebben" in den zin van art, 321 Sr. Afdrijving. Causaal verband tusschen de abortieve handelingen en den dood der vrucht. Grondslag der telastelegging.
HR 24-07-1934, ECLI:NL:HR:1934:173, m.nt. Prof. Mr. B.M. Taverne
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juli 1934
- Magistraten
Mrs. Kosters, Taverne, v. Woudenberg Hamstra, Fick en Donner
- Zaaknummer
[24071934/NJ_1934,_p._1454]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. Mr. B.M. Taverne
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS162312:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:173, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑07‑1934
- Wetingang
Essentie
„Onder zich hebben" in den zin van art, 321 Sr. Afdrijving. Causaal verband tusschen de abortieve handelingen en den dood der vrucht. Grondslag der telastelegging.
Samenvatting
Op grond van verd.’s eigen verklaring heeft het Hof kunnen aannemen, dat verd. het varken in den zin van art. 321 Sr. onder zich had, daar hij dit dier heeft aangetroffen in een schuur op zijn erf, en wel blijkbaar onbeheerd, immers vechtende met zijn eigen varkens, uit welk een en ander kon worden afgeleid, dat het reeds onder zijne feitelijke heerschappij was geraakt, toen hij het zich toeeigende.
In zijne, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.