Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.4.5.11
11.4.5.11 Standaardvoorwaarde 8: verrekening van verliezen
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491646:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook de onderdelen 11.3.3 en 11.3.11.
Indien meerdere verkrijgers deelnemen aan de afsplitsing, moet standaardvoorwaarde 8 per verkrijger worden toegepast.
Dit is de onderneming zoals deze door de verkrijger onmiddellijk vóór het afsplitsingstijdstip werd gedreven. Onder een onderneming wordt verstaan: de aanwezige vermogensbestanddelen met de daarbij eventueel behorende activiteiten.
Zie onderdeel 11.4.4.11.
Zie onderdeel 11.4.5.15.
Ook wanneer de afsplitsende rechtspersoon na de afsplitsing subjectief vennootschapsbelastingplichtig blijft, is het denkbaar dat aan verliesverrekening de facto niet wordt toegekomen. Denk hierbij aan situaties waarin de potentieel winstgevende activiteiten van de afsplitser in het kader van een moeder-dochterafsplitsing overgaan naar een nieuw opgerichte verkrijger. Zie voor deze afsplitsingsvorm onderdeel 2.8.3, onder e t/m i. Na zo’n ‘uitzaksplitsing’ houdt de afsplitser nog slechts aandelen in deze verkrijger waarop normaliter de deelnemingsvrijstelling (integraal) van toepassing is. Voor dit soort gevallen bestaat er geen (goedkeurend) beleid voor het meegeven van verliezen.
Laatstgenoemde regeling is besproken in onderdeel 11.4.2.1.
Dit gebeurt volgens de concepten die zijn opgenomen in het Beleidsbesluit NLF 2021/1058, bijlage 5 (voorwaartse verliesverrekening) respectievelijk bijlage 6 (achterwaartse verliesverrekening). Deze toestemming geldt niet als de inspecteur van mening is dat de goedkeuring leidt tot effecten vergelijkbaar met de handel in verliezen. In die gevallen zendt de inspecteur het verzoek, voorzien van zijn ambtsbericht, ter verdere behandeling door naar de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek Belastingen, Cluster Vpb-IB winst. Hetzelfde geldt als een verzoek betrekking heeft op een situatie die niet te rangschikken is onder de hierna in de hoofdtekst genoemde drie gevallen, terwijl dat verzoek wel voldoet aan de hiervoor besproken vier cumulatieve vereisten.
Zie het Beleidsbesluit, NLF 2021/1058, bijlage 5.
Zie het Beleidsbesluit, NLF 2021/1058, bijlage 6.
Standaardvoorwaarde 8 luidt als volgt:
“1. Voor de toepassing van artikel 20, Wet Vpb 1969 op vóór het afsplitsingstijdstip geleden verliezen door de verkrijgende rechtspersoon vindt verrekening plaats met inachtneming van de volgende leden.
2. De winst van de verkrijgende rechtspersoon wordt elk jaar gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming en een deel dat betrekking heeft op de door de afsplitsende rechtspersoon overgedragen onderneming (hierna: winstsplitsing). Deze winstsplitsing vindt plaats alsof de afsplitsing niet heeft plaatsgevonden, waarbij slechts winst aan de onderneming van een bij de afsplitsing betrokken rechtspersoon kan worden toegerekend voor zover deze als zodanig bij de verkrijgende rechtspersoon tot uitdrukking komt.
3. Als de winst van de verkrijgende rechtspersoon positief is, wordt het aldus uit bovenstaande winstsplitsing eventueel voortvloeiende negatieve deel, voor zoveel mogelijk, in mindering gebracht op het positieve deel.
4. De vóór het afsplitsingstijdstip geleden verliezen van de verkrijgende rechtspersoon worden slechts verrekend met het overeenkomstig het tweede en derde lid bepaalde deel van de winst van de verkrijgende rechtspersoon dat betrekking heeft op de vóór het afsplitsingstijdstip door de verkrijgende rechtspersoon gedreven onderneming, behalve voor zover de verrekening van deze verliezen uit anderen hoofde is beperkt.”
Het toepassingsbereik en de werking van standaardvoorwaarde 8
De afsplitsende rechtspersoon houdt bij de afsplitsing niet op te bestaan, zodat zijn verliesaanspraken niet verloren gaan. Deze voorsplitsingsverliezen blijven bij de afsplitser achter.1 Afgezien van een uitzonderingsregeling (zie hierna), kunnen deze verliesaanspraken niet overgaan naar een verkrijgende rechtspersoon. Standaardvoorwaarde 8 gaat dan ook niet over de voorsplitsingsverliezen van de afsplitser, maar is exclusief gericht op de voorsplitsingsverliezen van een verkrijger.2 Met behulp van een winstsplitsing wordt bewerkstelligd dat deze voorsplitsingsverliezen alleen te compenseren zijn met nasplitsingswinsten van deze verkrijger voor zover die winsten toerekenbaar zijn aan zijn oorspronkelijke onderneming3 en dus niet voor zover die winsten zijn behaald met het vermogen dat is verkregen van de afsplitser (overgenomen onderneming). De gehanteerde werkwijze komt overeen met die van standaardvoorwaarde 8 behorende bij een fiscaal begeleide zuivere splitsing op verzoek.4
Het verrekenen van nasplitsingsverliezen van de verkrijger met diens eigen voorsplitsingswinsten
Standaardvoorwaarde 8 gaat niet over de verrekening van nasplitsingsverliezen van de verkrijger met diens eigen voorsplitsingswinsten. Voor deze achterwaartse verliesverrekening over het afsplitsingstijdstip heen gelden in beginsel geen nadere (buitenwettelijke) regels. Nasplitsingsverliezen die worden behaald met de (van de afsplitser) overgenomen onderneming zijn daarom in de basis achterwaarts te compenseren met voorsplitsingswinsten van de verkrijger. Hierbij moet worden bedacht dat de carry back-termijn op dit moment slechts één jaar is (art. 20, lid 2, Wet VPB 1969). Bovendien zijn de mogelijkheden niet onbegrensd omdat standaardvoorwaarde 12 van toepassing kan zijn.5
Het meegeven van verliezen en het gebruik maken van winstverleden (uitzonderingssituaties)
Hiervóór is al opgemerkt dat verliesaanspraken van de afsplitsende rechtspersoon bij hem achterblijven. De afsplitser kan deze voorsplitsingsverliezen na het afsplitsingstijdstip op reguliere wijze verrekenen met zijn nasplitsingswinsten. Dat is echter niet mogelijk als de afsplitsende rechtspersoon door de afsplitsing niet langer subjectief vennootschapsbelastingplichtig is. In die gevallen kan de afsplitser zijn verliesaanspraken niet verzilveren.6 Uitsluitend voor moeder-dochterafsplitsingen bevat het beleidsbesluit afsplitsing een goedkeurende regeling op grond waarvan een aanspraak op voorwaartse verliesverrekening van de afsplitsende rechtspersoon overgaat naar de verkrijgende rechtspersoon. Deze goedkeuring maakt het daarnaast mogelijk nasplitsingsverliezen van de verkrijger binnen de daarvoor geldende wettelijke termijnen achterwaarts te verrekenen met de belastbare winst (dan wel het binnenlandse inkomen) van de niet langer subjectief vennootschapsbelastingplichtige afsplitser.7 Dit betekent dat ook het winstverleden van deze afsplitser niet verloren hoeft te gaan. De goedkeuring is niet vatbaar voor bezwaar en beroep en staat slechts open indien sprake is van een fiscaal gefaciliteerde afsplitsing in de zin van art. 14a, lid 2 of lid 3, Wet VPB 1969 dan wel op grond de goedkeurende regeling voor te laat ingediende verzoeken.8
Vereisten
Om voor deze goedkeuring in aanmerking te komen, moet zijn voldaan aan vier vereisten:
Er is sprake van een afsplitsing in de zin van art. 14a, lid 1, onderdeel b, Wet VPB 1969.
De afsplitser splitst zijn gehele (in Nederland gedreven) onderneming af naar de verkrijger.
De verkrijgende rechtspersoon kent aandelen toe aan de afsplitsende rechtspersoon. Het moet dus gaan om een moeder-dochterafsplitsing als bedoeld in art. 2:334c, lid 2, BW.
Door de afsplitsing eindigt de vennootschapsbelastingplicht van de afsplitser.
Gezamenlijk verzoek
Om van de goedkeuring te kunnen profiteren, dienen de splitsingspartners gezamenlijk een verzoek in te dienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de afsplitser. Het is de inspecteur in de volgende drie gevallen toegestaan om een goedkeuring te verlenen:9
Een stichting of een vereniging, niet zijnde een vereniging op coöperatieve grondslag, splitst haar gehele onderneming af naar de verkrijgende rechtspersoon.
Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vi in Nederland gedreven onderneming af naar een NV of BV.
Een buitenlandse belastingplichtige splitst zijn gehele met behulp van een vi in Nederland gedreven onderneming af naar een ander buitenlands lichaam dat daardoor in Nederland een binnenlandse onderneming gaat drijven en buitenlands belastingplichtig wordt.
Nadere voorwaarden voor het meegeven van verliezen
De kern van de nadere voorwaarden is dat de meegegeven verliezen slechts kunnen worden verrekend met nasplitsingswinsten van de verkrijger voor zover die nasplitsingswinst betrekking heeft op de overgenomen onderneming.10
Nadere voorwaarden voor het gebruikmaken van het winstverleden van de afsplitsende rechtspersoon
Nasplitsingsverliezen van de verkrijger kunnen uitsluitend worden verrekend met het pre-afsplitsing winstverleden van de afsplitser voor zover het nasplitsingsverlies betrekking heeft op de overgenomen onderneming. Daarnaast zijn maatregelen getroffen die waken tegen dubbele verliesverrekening.11