V-N Vandaag 2025/695
SW-waarderingsvoorschriften niet dwingend toepasbaar bij waardering certificaten
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:507
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Zaaknummer
23/02449
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:507, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:486, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de waardebepaling van een onroerende zaak die behoort tot het vermogen van een BV niet dwingend is voorgeschreven in art. 21 lid 5 SW 1956. De uitleg die het hof aan de bepalingen omtrent de waardebepaling heeft gegeven is te ruim.
Samenvatting
A schenkt certificaten van aandelen in B BV aan zijn dochter, belanghebbende, X. B BV houdt een vastgoedportefeuille die grotendeels uit (verhuurde) woningen bestaat. In geschil is of bij de waardering van de certificaten rekening moet worden gehouden met een waardedrukkend effect van de verhuurde staat van de woningen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.