Een onderneming kan door middel van verschillende rechtsvormen worden uitgeoefend. Een onderneming kan worden uitgeoefend als eenmanszaak of middels een personenvennootschap, zoals een vennootschap onder firma, maatschap of commanditaire vennootschap. De ondernemer (natuurlijk persoon) betaalt inkomstenbelasting over de met de eenmanszaak of zijn aandeel in de personenvennootschap behaalde winst. Wordt de onderneming in een BV of NV (hierna ook: vennootschap) uitgeoefend dan betaalt de vennootschap over de door haar behaalde winst vennootschapsbelasting. Als de aandeelhouders van de vennootschap een aanmerkelijk belang hebben dan behoren de dividenduitkeringen en vervreemdingswinsten voor hen tot de heffingsgrondslag van box 2. Ook kan de aanmerkelijk belanghouder te maken krijgen met de terbeschikkingsstellingsregeling van art. 3.92 Wet IB 2001. Als de aanmerkelijk belanghouder werkzaamheden voor de vennootschap verricht dan gelden specifieke regels in de loonbelasting. Jaarlijks moet een gebruikelijk loon in aanmerking worden genomen. Over dit loon is loonbelasting verschuldigd.
Om fiscale maar ook niet-fiscale redenen kan het gewenst zijn de onderneming in een vennootschap uit te oefenen. De totale belastingdruk over de behaalde winst via een vennootschap kan bijvoorbeeld lager zijn. Het beperken van aansprakelijkheid van de ondernemer kan ook een reden zijn voor het oprichten van een vennootschap. Als een ondernemer zijn onderneming of aandeel in een personenvennootschap omzet naar een vennootschap dan heeft dat fiscale gevolgen. Hij moet afrekenen over de aanwezige stille en fiscale reserves. Ook kan sprake zijn van een desinvesteringsbijtelling. De omzetting in een vennootschap leidt dus doorgaans tot het betalen van belasting. De belastingheffing in verband met de omzetting van de onderneming of personenvennootschap kan een belemmering zijn voor de gewenste omzetting in een vennootschap. De fiscale wet voorziet in een oplossing. Artikel 3.65 van de Wet IB 2001 kent een doorschuifregeling waarbij een onderneming of personenvennootschap geruisloos kan worden omgezet in een vennootschap. Bij de toepassing van deze regeling blijft belastingheffing over de stille en fiscale reserves achterwege en er vindt geen desinvesteringbijtelling plaats. De betreffende belastingclaims worden omgezet in een vennootschapsbelasting- en een aanmerkelijk belangclaim.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De inbreng in een vennootschap door een ondernemer en waar dit geregeld is
Artikel 3.65, eerste lid biedt de mogelijkheid dat de subjectieve onderneming (aant. 2) van een ondernemer-natuurlijk persoon geruisloos kan worden omgezet in een vennootschap.
2. De inbreng van een onderneming door medegerechtigden
Artikel 3.65, eerste lid, tweede volzin, jo. artikel 3.3 van de Wet IB 2001 regelt een geruisloze omzetting van het aandeel van een medegerechtigde in een onderneming. Deze bepaling ziet met name op commanditaire vennoten. Een geruisloze omzetting van het aandeel van een medegerechtigde in een onderneming is slechts toegestaan indien de medegerechtigdheid de rechtstreekse voortzetting vormt van zijn gerechtigdheid of medegerechtigdheid als ondernemer. De geruisloze omzetting van een onderneming die bestaat uit de gerechtigdheid tot een schuldvordering op een ondernemer ten behoeve van diens onderneming is niet mogelijk.
3. Hoe was de geruisloze omzetting onder de Wet IB 1964 geregeld?
Onder de Wet IB 1964 was de geruisloze omzetting geregeld in artikel 18 van die wet.
4. Wat zijn de verschillen tussen de geruisloze omzetting in de Wet IB 1964 en Wet IB 2001?
De regeling in de Wet IB 2001 komt deels overeen met de oude regeling. Deze wijkt daarvan echter op een aantal punten wezenlijk af. Verschillen zijn onder meer:
⁃
de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen;
⁃
er mag niet commercieel geherwaardeerd worden;
⁃
de verkregen aandelen vormen altijd een aanmerkelijk belang;
⁃
de regeling voor medegerechtigden, zoals commanditaire vennoten, wijkt sterk af;
⁃
het vervreemdingsverbod is anders geregeld;
⁃
het agioverbod is opgeheven.
Zie over de verschillen tussen de oude en de nieuwe regeling van de geruisloze omzetting verder aant. 1.5.
5. Hoe is de relatie van de geruisloze omzetting met de vennootschapsbelasting?
Het commentaar op artikel 3.65 van de Wet IB 2001 is opgenomen in de Vakstudie vennootschapsbelasting. Dit terwijl artikel 3.65 niet van overeenkomstige toepassing is verklaard voor de vennootschapsbelasting. Dit staat in artikel 8, eerste lid, van de Wet VPB 1969. In artikel 8, achtste lid, van de Wet VPB 1969 is echter het volgende bepaald. De bepalingen uit de Wet op de inkomstenbelasting 2001 zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing voor de vennootschapsbelasting. Ze blijven toch buiten aanmerking voor zover dit in artikel 3.65 van de Wet IB 2001 is bepaald. Bovendien moet ook de vennootschap zich akkoord verklaren met de standaardvoorwaarden die gesteld worden bij een geruisloze omzetting.
6. Voor welke lichamen is de geruisloze omzetting mogelijk?
Op grond van het eerste lid van artikel 3.65 van de Wet IB 2001 moet de onderneming worden ingebracht in een NV of BV. Het is ook mogelijk de onderneming geruisloos in te brengen in een bestaande vennootschap. Bij inbreng in een bestaande vennootschap gelden extra voorwaarden. Artikel 3.65 stelt geen eisen met betrekking tot de woonplaats van de inbrenger. Het is mogelijk dat door een buitenlandse inbrenger een hier te lande aanwezige onderneming of vaste inrichting met toepassing van de doorschuiffaciliteit wordt omgezet in een vennootschap. Voor een buitenlandse inbrenger wordt een extra voorwaarde gesteld om de aanmerkelijk belangclaim te kunnen effectueren. De standaardvoorwaarden kunnen ook op de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting betrekking hebben (aant. 14B.5). Ook is een geruisloze omzetting in een naar buitenlands recht opgerichte vennootschap is in beginsel mogelijk (aant. 6).
7. Staakt de onderneming bij een geruisloze omzetting?
De onderneming wordt geacht niet te zijn gestaakt, zodat stille reserves en fiscale reserves, zoals de herinvesteringsreserve, naar de vennootschap worden doorgeschoven (aant. 7).
8. Op welke wijze nemen de voormalige ondernemers deel in het aandelenkapitaal?
De overdragende ondernemers moeten het ondernemingsvermogen omzetten in aandelenkapitaal waarbij agiostortingen zijn toegestaan. Indien sprake is van inbreng van een personenvennootschap dan stelt artikel 3.65 als voorwaarde dat de oprichters van de vennootschap in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming.
9. Moet voor de geruisloze omzetting een verzoek worden ingediend?
Om van de faciliteit van de geruisloze omzetting gebruik te kunnen maken, moet een verzoek worden gedaan (aant. 10). De inspecteur beoordeelt het verzoek en legt zijn beslissing neer in een voor bezwaar vatbare beschikking (aant. 11). Bij een positieve beschikking worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de geruisloze omzetting.
10. Wat is het karakter van de standaardvoorwaarden?
Artikel 3.65, vierde lid bepaalt de reikwijdte van die voorwaarden. De nadere voorwaarden mogen slechts dienen ter verzekering van de heffing en invordering van inkomsten en vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn als niet om een geruisloze omzetting zou zijn verzocht.. Voorts mogen voorwaarden worden gesteld die zien op:
a. de grootte van het geplaatste en gestorte aandelenkapitaal;
b. de verkrijgingsprijs van de bij de omzetting verkregen aanmerkelijk belangaandelen en de boekwaarde van de bij de omzetting verkregen schuldvorderingen;
c. de berekening van de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting;
d. de ingebrachte vermogensbestanddelen die als gevolg van de omzetting bij de vennootschap onder de deelnemingsvrijstelling vallen; en
e. de vervreemding van de aandelen in de opgerichte vennootschap.
11. Wat zijn de fiscale gevolgen als de voorwaarden niet worden nageleefd?
Niet-nakoming van de voorwaarden leidt ertoe dat wordt aangenomen dat er geen geruisloze omzetting heeft plaatsgevonden. Daarvoor in de plaats komt een inbreng met geruis. Er is dan sprake van een staking van de onderneming met afrekening. Daarmee wordt bij de aanslagregeling rekening gehouden, zonodig wordt een navorderingsaanslag opgelegd (aant. 15).
12. Waar staan de meest recente standaardvoorwaarden opgenomen?
In het besluit van 24 oktober 2025 nr. 2025-21695, Stcrt. 2025, 37092; V-N 2025/51.4 zijn de standaardvoorwaarden opgenomen. In dit besluit zijn onder meer de volgende speciale regelingen opgenomen:
⁃
over de geruisloze omzetting in verhuursituaties;
⁃
over bij de geruisloze omzetting door één ondernemer van meer objectieve ondernemingen; en
⁃
met betrekking tot de indieningstermijn van een verzoek.
De volledige tekst van het besluit van 24 oktober 2025 is opgenomen in aant. 13.1 en 13.2; de afzonderlijke onderdelen van het besluit worden besproken in de aantekeningen daarna.
13. Waar zijn de 'oude' standaardvoorwaarden opgenomen?
14. Wat gebeurt er met een oudedagsreserve als de onderneming geruisloos de BV ingaat?
Voor de oudedagsreserve geldt de mogelijkheid tot doorschuiving niet. In artikel 10a.29 lid 6 Wet IB 2001 is bepaald dat de stand van de oudedagsreserve moet worden afgerekend. De stand van de oudedagsreserve kan worden omgezet in een gefacilieerde lijfrente (aant. 8).
15. Wanneer wordt een eventuele terugkeerreserve opgeheven?
Ook een eventuele terugkeerreserve kan niet geruisloos worden doorgeschoven (artikel 3.65, tweede lid). Als bij een geruisloze terugkeer uit een BV of NV een negatieve terugkeerreserve op de voet van artikel 3.54a gevormd is en later wordt de onderneming geruisloos omgezet in een vennootschap, dan vervalt de negatieve terugkeerreserve. Het vervallen van een negatieve terugkeerreserve beïnvloedt de winst niet. Bij de bepaling van de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen wordt met het vervallen van die negatieve terugkeerreserve rekening gehouden. Een positieve terugkeerreserve leidt wel tot afrekening in de vorm van een winstvermeerdering direct voorafgaand aan de geruisloze inbreng (aant. 9).
16. Zijn er alternatieven besproken tijdens de parlementaire behandeling?
Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001 zijn de volgende alternatieven aan de orde geweest:
⁃
de geruisloze omzetting ook toe te passen bij de overgang van overige werkzaamheden naar de BV-vorm;
⁃
in de situatie dat een bedrijfsmiddel van een onderneming niet geruisloos in de BV wordt ingebracht, maar in privé wordt gehouden en aan de BV ter beschikking wordt gesteld.
In beide situaties is van regeringszijde hierop negatief gereageerd. In de genoemde situaties moet worden afgerekend (aant. 1.20).
17. Is er een overgangsmaatregel voor 'oude' gevallen?
De ingangsdatum van de nieuwe regeling van de geruisloze omzetting is 1 januari 2001, maar er is een overgangsmaatregel voor geruisloze omzettingen. Het moet gaan om gevallen die al vóór die datum in een bepaald stadium waren (zie de overgangsbepaling van artikel XV, derde lid, van de Wet ondernemerspakket 2001 in het onderdeel Tekst van de wet, na het Overzicht van wijzigingen). Zie verder aant. 1.7.
18. Wat betekent de commerciële herwaardering?
Bij de Wet ondernemerspakket 2001 is artikel 3.65 zodanig gewijzigd dat de zogenoemde commerciële herwaardering niet meer is toegestaan. Door de commerciële herwaardering werd de verkrijgingsprijs van de aandelen gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de ingebrachte vermogensbestanddelen. De reden dat de commerciële herwaardering is vervallen is onder meer uiteengezet in de in aant. 1.5.1 geciteerde passages uit de parlementaire geschiedenis. Door het afschaffen van de commerciële herwaardering zijn de fiscale claims op de reserves van de ingebrachte onderneming vóór en na de geruisloze omzetting in evenwicht gebracht. De bestaande inkomstenbelastingclaim wordt doorgeschoven en omgezet in een gecombineerde vennootschaps en inkomstenbelastingclaim. Deze vennootschapsbelastingclaim bestaat uit het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde van de ingebrachte vermogensbestanddelen. De inkomstenbelastingclaim bestaat uit de aanmerkelijkbelangclaim over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de verkrijgingsprijs van de aandelen (aant. 14F).
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 3.65 Wet IB 2001, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 14-05-2026
14-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22
01-01-2001 tot: -
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 3.65 Wet IB 2001, aant. 1.1
Inkomstenbelasting / Winst
geruisloze overdracht
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.65
Beschouwing
Inleiding
Een onderneming kan door middel van verschillende rechtsvormen worden uitgeoefend. Een onderneming kan worden uitgeoefend als eenmanszaak of middels een personenvennootschap, zoals een vennootschap onder firma, maatschap of commanditaire vennootschap. De ondernemer (natuurlijk persoon) betaalt inkomstenbelasting over de met de eenmanszaak of zijn aandeel in de personenvennootschap behaalde winst. Wordt de onderneming in een BV of NV (hierna ook: vennootschap) uitgeoefend dan betaalt de vennootschap over de door haar behaalde winst vennootschapsbelasting. Als de aandeelhouders van de vennootschap een aanmerkelijk belang hebben dan behoren de dividenduitkeringen en vervreemdingswinsten voor hen tot de heffingsgrondslag van box 2. Ook kan de aanmerkelijk belanghouder te maken krijgen met de terbeschikkingsstellingsregeling van art. 3.92 Wet IB 2001. Als de aanmerkelijk belanghouder werkzaamheden voor de vennootschap verricht dan gelden specifieke regels in de loonbelasting. Jaarlijks moet een gebruikelijk loon in aanmerking worden genomen. Over dit loon is loonbelasting verschuldigd.
Om fiscale maar ook niet-fiscale redenen kan het gewenst zijn de onderneming in een vennootschap uit te oefenen. De totale belastingdruk over de behaalde winst via een vennootschap kan bijvoorbeeld lager zijn. Het beperken van aansprakelijkheid van de ondernemer kan ook een reden zijn voor het oprichten van een vennootschap. Als een ondernemer zijn onderneming of aandeel in een personenvennootschap omzet naar een vennootschap dan heeft dat fiscale gevolgen. Hij moet afrekenen over de aanwezige stille en fiscale reserves. Ook kan sprake zijn van een desinvesteringsbijtelling. De omzetting in een vennootschap leidt dus doorgaans tot het betalen van belasting. De belastingheffing in verband met de omzetting van de onderneming of personenvennootschap kan een belemmering zijn voor de gewenste omzetting in een vennootschap. De fiscale wet voorziet in een oplossing. Artikel 3.65 van de Wet IB 2001 kent een doorschuifregeling waarbij een onderneming of personenvennootschap geruisloos kan worden omgezet in een vennootschap. Bij de toepassing van deze regeling blijft belastingheffing over de stille en fiscale reserves achterwege en er vindt geen desinvesteringbijtelling plaats. De betreffende belastingclaims worden omgezet in een vennootschapsbelasting- en een aanmerkelijk belangclaim.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De inbreng in een vennootschap door een ondernemer en waar dit geregeld is
Artikel 3.65, eerste lid biedt de mogelijkheid dat de subjectieve onderneming (aant. 2) van een ondernemer-natuurlijk persoon geruisloos kan worden omgezet in een vennootschap.
2. De inbreng van een onderneming door medegerechtigden
Artikel 3.65, eerste lid, tweede volzin, jo. artikel 3.3 van de Wet IB 2001 regelt een geruisloze omzetting van het aandeel van een medegerechtigde in een onderneming. Deze bepaling ziet met name op commanditaire vennoten. Een geruisloze omzetting van het aandeel van een medegerechtigde in een onderneming is slechts toegestaan indien de medegerechtigdheid de rechtstreekse voortzetting vormt van zijn gerechtigdheid of medegerechtigdheid als ondernemer. De geruisloze omzetting van een onderneming die bestaat uit de gerechtigdheid tot een schuldvordering op een ondernemer ten behoeve van diens onderneming is niet mogelijk.
3. Hoe was de geruisloze omzetting onder de Wet IB 1964 geregeld?
Onder de Wet IB 1964 was de geruisloze omzetting geregeld in artikel 18 van die wet.
4. Wat zijn de verschillen tussen de geruisloze omzetting in de Wet IB 1964 en Wet IB 2001?
De regeling in de Wet IB 2001 komt deels overeen met de oude regeling. Deze wijkt daarvan echter op een aantal punten wezenlijk af. Verschillen zijn onder meer:
de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen;
er mag niet commercieel geherwaardeerd worden;
de verkregen aandelen vormen altijd een aanmerkelijk belang;
de regeling voor medegerechtigden, zoals commanditaire vennoten, wijkt sterk af;
het vervreemdingsverbod is anders geregeld;
het agioverbod is opgeheven.
Zie over de verschillen tussen de oude en de nieuwe regeling van de geruisloze omzetting verder aant. 1.5.
5. Hoe is de relatie van de geruisloze omzetting met de vennootschapsbelasting?
Het commentaar op artikel 3.65 van de Wet IB 2001 is opgenomen in de Vakstudie vennootschapsbelasting. Dit terwijl artikel 3.65 niet van overeenkomstige toepassing is verklaard voor de vennootschapsbelasting. Dit staat in artikel 8, eerste lid, van de Wet VPB 1969. In artikel 8, achtste lid, van de Wet VPB 1969 is echter het volgende bepaald. De bepalingen uit de Wet op de inkomstenbelasting 2001 zijn in beginsel van overeenkomstige toepassing voor de vennootschapsbelasting. Ze blijven toch buiten aanmerking voor zover dit in artikel 3.65 van de Wet IB 2001 is bepaald. Bovendien moet ook de vennootschap zich akkoord verklaren met de standaardvoorwaarden die gesteld worden bij een geruisloze omzetting.
6. Voor welke lichamen is de geruisloze omzetting mogelijk?
Op grond van het eerste lid van artikel 3.65 van de Wet IB 2001 moet de onderneming worden ingebracht in een NV of BV. Het is ook mogelijk de onderneming geruisloos in te brengen in een bestaande vennootschap. Bij inbreng in een bestaande vennootschap gelden extra voorwaarden. Artikel 3.65 stelt geen eisen met betrekking tot de woonplaats van de inbrenger. Het is mogelijk dat door een buitenlandse inbrenger een hier te lande aanwezige onderneming of vaste inrichting met toepassing van de doorschuiffaciliteit wordt omgezet in een vennootschap. Voor een buitenlandse inbrenger wordt een extra voorwaarde gesteld om de aanmerkelijk belangclaim te kunnen effectueren. De standaardvoorwaarden kunnen ook op de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting betrekking hebben (aant. 14B.5). Ook is een geruisloze omzetting in een naar buitenlands recht opgerichte vennootschap is in beginsel mogelijk (aant. 6).
7. Staakt de onderneming bij een geruisloze omzetting?
De onderneming wordt geacht niet te zijn gestaakt, zodat stille reserves en fiscale reserves, zoals de herinvesteringsreserve, naar de vennootschap worden doorgeschoven (aant. 7).
8. Op welke wijze nemen de voormalige ondernemers deel in het aandelenkapitaal?
De overdragende ondernemers moeten het ondernemingsvermogen omzetten in aandelenkapitaal waarbij agiostortingen zijn toegestaan. Indien sprake is van inbreng van een personenvennootschap dan stelt artikel 3.65 als voorwaarde dat de oprichters van de vennootschap in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming.
9. Moet voor de geruisloze omzetting een verzoek worden ingediend?
Om van de faciliteit van de geruisloze omzetting gebruik te kunnen maken, moet een verzoek worden gedaan (aant. 10). De inspecteur beoordeelt het verzoek en legt zijn beslissing neer in een voor bezwaar vatbare beschikking (aant. 11). Bij een positieve beschikking worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de geruisloze omzetting.
10. Wat is het karakter van de standaardvoorwaarden?
Artikel 3.65, vierde lid bepaalt de reikwijdte van die voorwaarden. De nadere voorwaarden mogen slechts dienen ter verzekering van de heffing en invordering van inkomsten en vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn als niet om een geruisloze omzetting zou zijn verzocht.. Voorts mogen voorwaarden worden gesteld die zien op:
a. de grootte van het geplaatste en gestorte aandelenkapitaal;
b. de verkrijgingsprijs van de bij de omzetting verkregen aanmerkelijk belangaandelen en de boekwaarde van de bij de omzetting verkregen schuldvorderingen;
c. de berekening van de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting;
d. de ingebrachte vermogensbestanddelen die als gevolg van de omzetting bij de vennootschap onder de deelnemingsvrijstelling vallen; en
e. de vervreemding van de aandelen in de opgerichte vennootschap.
11. Wat zijn de fiscale gevolgen als de voorwaarden niet worden nageleefd?
Niet-nakoming van de voorwaarden leidt ertoe dat wordt aangenomen dat er geen geruisloze omzetting heeft plaatsgevonden. Daarvoor in de plaats komt een inbreng met geruis. Er is dan sprake van een staking van de onderneming met afrekening. Daarmee wordt bij de aanslagregeling rekening gehouden, zonodig wordt een navorderingsaanslag opgelegd (aant. 15).
12. Waar staan de meest recente standaardvoorwaarden opgenomen?
In het besluit van 24 oktober 2025 nr. 2025-21695, Stcrt. 2025, 37092; V-N 2025/51.4 zijn de standaardvoorwaarden opgenomen. In dit besluit zijn onder meer de volgende speciale regelingen opgenomen:
over de geruisloze omzetting in verhuursituaties;
over bij de geruisloze omzetting door één ondernemer van meer objectieve ondernemingen; en
met betrekking tot de indieningstermijn van een verzoek.
De volledige tekst van het besluit van 24 oktober 2025 is opgenomen in aant. 13.1 en 13.2; de afzonderlijke onderdelen van het besluit worden besproken in de aantekeningen daarna.
13. Waar zijn de 'oude' standaardvoorwaarden opgenomen?
In het besluit van 30 juni 2010, nr. DGB2010/3599M, Stcrt. 2010, 10512, BNB 2010/277; V‑N 2010/32.11 , zijn de 'oude', eerdere standaardvoorwaarden opgenomen.
14. Wat gebeurt er met een oudedagsreserve als de onderneming geruisloos de BV ingaat?
Voor de oudedagsreserve geldt de mogelijkheid tot doorschuiving niet. In artikel 10a.29 lid 6 Wet IB 2001 is bepaald dat de stand van de oudedagsreserve moet worden afgerekend. De stand van de oudedagsreserve kan worden omgezet in een gefacilieerde lijfrente (aant. 8).
15. Wanneer wordt een eventuele terugkeerreserve opgeheven?
Ook een eventuele terugkeerreserve kan niet geruisloos worden doorgeschoven (artikel 3.65, tweede lid). Als bij een geruisloze terugkeer uit een BV of NV een negatieve terugkeerreserve op de voet van artikel 3.54a gevormd is en later wordt de onderneming geruisloos omgezet in een vennootschap, dan vervalt de negatieve terugkeerreserve. Het vervallen van een negatieve terugkeerreserve beïnvloedt de winst niet. Bij de bepaling van de verkrijgingsprijs van de verkregen aandelen wordt met het vervallen van die negatieve terugkeerreserve rekening gehouden. Een positieve terugkeerreserve leidt wel tot afrekening in de vorm van een winstvermeerdering direct voorafgaand aan de geruisloze inbreng (aant. 9).
16. Zijn er alternatieven besproken tijdens de parlementaire behandeling?
Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001 zijn de volgende alternatieven aan de orde geweest:
de geruisloze omzetting ook toe te passen bij de overgang van overige werkzaamheden naar de BV-vorm;
in de situatie dat een bedrijfsmiddel van een onderneming niet geruisloos in de BV wordt ingebracht, maar in privé wordt gehouden en aan de BV ter beschikking wordt gesteld.
In beide situaties is van regeringszijde hierop negatief gereageerd. In de genoemde situaties moet worden afgerekend (aant. 1.20).
17. Is er een overgangsmaatregel voor 'oude' gevallen?
De ingangsdatum van de nieuwe regeling van de geruisloze omzetting is 1 januari 2001, maar er is een overgangsmaatregel voor geruisloze omzettingen. Het moet gaan om gevallen die al vóór die datum in een bepaald stadium waren (zie de overgangsbepaling van artikel XV, derde lid, van de Wet ondernemerspakket 2001 in het onderdeel Tekst van de wet, na het Overzicht van wijzigingen). Zie verder aant. 1.7.
18. Wat betekent de commerciële herwaardering?
Bij de Wet ondernemerspakket 2001 is artikel 3.65 zodanig gewijzigd dat de zogenoemde commerciële herwaardering niet meer is toegestaan. Door de commerciële herwaardering werd de verkrijgingsprijs van de aandelen gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de ingebrachte vermogensbestanddelen. De reden dat de commerciële herwaardering is vervallen is onder meer uiteengezet in de in aant. 1.5.1 geciteerde passages uit de parlementaire geschiedenis. Door het afschaffen van de commerciële herwaardering zijn de fiscale claims op de reserves van de ingebrachte onderneming vóór en na de geruisloze omzetting in evenwicht gebracht. De bestaande inkomstenbelastingclaim wordt doorgeschoven en omgezet in een gecombineerde vennootschaps en inkomstenbelastingclaim. Deze vennootschapsbelastingclaim bestaat uit het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde van de ingebrachte vermogensbestanddelen. De inkomstenbelastingclaim bestaat uit de aanmerkelijkbelangclaim over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de verkrijgingsprijs van de aandelen (aant. 14F).
Voorbeelden
Zie Cursus Belastingrecht: IB.3.2.34.F Voorbeelden van geruisloze overgang