NJB 2019/105
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsaanvraag. Een bestuurder van een vennootschap doet zonder opdracht van de algemene vergadering aangifte tot faillietverklaring van de vennootschap. Is de bestuurder aansprakelijk jegens de boedel? Hoge Raad: Het onbevoegdelijk aanvragen van het faillissement van een vennootschap door de bestuurder kan grond zijn voor zijn aansprakelijkheid jegens de vennootschap. Indien het in de omstandigheden van het geval de belangen van de gezamenlijke schuldeisers schaadt, kan het bovendien worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Uit de overwegingen van het hof blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, het aanvragen van het faillissement de belangen van de gezamenlijke schuldeisers heeft geschaad, en evenmin of de bestuurder wist of behoorde te weten dat zijn handelen de gezamenlijke schuldeisers zou benadelen
HR 21-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2370
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
21 december 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/05979
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2370, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 21‑12‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1139, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑09‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑12‑2017
- Wetingang
(art. 2:9, 2:246, 2:248 lid 1 BW)
Essentie
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsaanvraag. Een bestuurder van een vennootschap doet zonder opdracht van de algemene vergadering aangifte tot faillietverklaring van de vennootschap. Is de bestuurder aansprakelijk jegens de boedel? Hoge Raad: Het onbevoegdelijk aanvragen van het faillissement van een vennootschap door de bestuurder kan grond zijn voor zijn aansprakelijkheid jegens de vennootschap. Indien het in de omstandigheden van het geval de belangen van de gezamenlijke schuldeisers schaadt, kan het bovendien worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Uit de overwegingen van het hof blijkt niet of, en zo ja op welke wijze, het aanvragen van het faillissement de belangen van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.