Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.5:5.5 De paradox van het Europees economisch bestuur
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.5
5.5 De paradox van het Europees economisch bestuur
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van de maatregelen ter versterking van het Europees economisch bestuur is om de asymmetrie tussen het centrale monetaire beleid en decentrale economische beleid te verkleinen, om zo te voorkomen dat overloopeffecten van nationaal beleid de stabiliteit van de muntunie in gevaar kunnen brengen. Omdat de nationale lidstaten hun autonomie op het gebied van het budgettair en economisch beleid wilden bewaren, is ervoor gekozen om de cijfermatige begrotingsregels te verscherpen en de controle en het toezicht daarop door de EU-instellingen aan te halen door een combinatie van hard law en soft law.
Hoewel in dit model de bevoegdheid om de nationale middelen op te halen een nationale bevoegdheid is gebleven, en daaraan gekoppeld ook de bevoegdheid om in laatste instantie te beslissen over de begroting, is het paradoxale1 resultaat van dit model dat er steeds minder ruimte is voor nationale politieke processen bij het nemen van beslissingen over de begroting, waardoor de nationale autonomie juist aanzienlijk wordt ingesnoerd: de bevoegdheid om het budgettair en economisch beleid vorm te geven is de facto dan ook deels overgedragen aan het EU-niveau.2 Het is vooral het parlement dat hier aan het langste eind trekt: het parlement heeft immers geen definitieve stem meer over dit beleid, nu dit deels op EU-niveau wordt vastgesteld. Discussies over het begrotingsbeleid en het economisch beleid vinden steeds meer plaats op EU-niveau en in EU-verband, zonder dat het parlement daarin rechtstreeks een stem heeft of hier wezenlijke invloed op kan uitoefenen. Bovendien dient bij het nemen van beslissingen over de begroting rekening te worden gehouden met de beslissingen genomen in EU-verband. De directe verantwoordingsrelatie tussen degene die de middelen opbrengen en degene die daarover beslissen wordt daarmee deels doorbroken.
Gelet op het budgetrecht is het huidige model dan ook onwenselijk. Betekenisvolle parlementaire betrokkenheid houdt in dat het parlement wezenlijke invloed kan uitoefenen op de besluitvorming over de begroting en daarmee het regeringsbeleid.3 De mogelijkheid om wezenlijke invloed uit te oefenen op de besluitvorming over de begroting in het licht van het Europees economisch bestuur is echter deels onttrokken aan het parlement, ten gunste van de Europese instellingen en de regering.