Einde inhoudsopgave
Besluit belastingplicht van stichtingen en verenigingen
2.2 Deelname aan het economische verkeer
Geldend
Geldend vanaf 24-08-2023
- Bronpublicatie:
08-08-2023, Stcrt. 2023, 23036 (uitgifte: 23-08-2023, regelingnummer: 2023-11888)
- Inwerkingtreding
24-08-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-08-2023, Stcrt. 2023, 23036 (uitgifte: 23-08-2023, regelingnummer: 2023-11888)
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Van deelname aan het economische verkeer is in zijn algemeenheid sprake als er goederen worden geleverd respectievelijk diensten worden verricht aan derden. Onder ‘derden’ worden onder omstandigheden – zie hierna – mede de leden van een vereniging begrepen. In het vervolg van dit onderdeel 2 wordt in dit verband ook wel gesproken van het verrichten van activiteiten.
Uit jurisprudentie5. volgt naar mijn mening dat onder meer de volgende criteria van belang zijn voor de beoordeling van de vraag of een stichting of vereniging al dan niet deelneemt aan het economische verkeer:
- a.
Het verrichten van activiteiten binnen een besloten groep, waarvan de samenstelling niet of nauwelijks kan wijzigen, neigt naar de kwalificatie dat geen sprake is van deelname aan het economische verkeer.
- b.
Als eenvoudig kan worden toegetreden tot de besloten groep om tegen betaling goederen of diensten te ontvangen, kan wel sprake zijn van deelname aan het economische verkeer.
- c.
Richten de verleende diensten zich uitsluitend op de algemene belangenbehartiging van de leden, dan is in beginsel geen sprake van deelname aan het economische verkeer.
- d.
Worden tegen vergoeding – per dienst, als onderdeel van een jaarbetaling of als een tegenprestatie in natura – individuele activiteiten verricht ten behoeve van leden en/of derden, dan is wel sprake van deelname aan het economische verkeer.
Anders dan bij de vereniging heeft een stichting geen leden. Bij een stichting zal daarom sneller dan bij een vereniging sprake zijn van deelname aan het economische verkeer.
Voetnoten
Zie in dit verband ook de toelichting van de Staatssecretaris van Financiën van 3 juli 2009, nr. DGB2009-3012.