De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/10.3.2.2:10.3.2.2 Afwijken van dwingend recht en eindvoorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/10.3.2.2
10.3.2.2 Afwijken van dwingend recht en eindvoorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363643:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 10.2.5 en 10.3.
In dezelfde zin Storm 2007, p. p. 32 t/m 38 en 2014, p. 183. Instemmend Geerts 2009, p. 399. Storm (2014, p. 183) wijst er voorts terecht op dat eindvoorzieningen onder omstandigheden ook ordemaatregelen kunnen inhouden.
Zie par. 10.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien art. 2:8 lid 2 BW inderdaad de grondslag is waarop bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen kan worden afgeweken van dwingend recht,1 lijkt onhoudbaar dat dat bij het treffen van eindvoorzieningen niet zou kunnen.2 De redelijkheid en billijkheid geldt immers ook op het moment dat eindvoorzieningen worden getroffen. Voorts vormt tijdelijke afwijken van bepalingen van de statuten de basis om af te wijken van dwingend recht.3 De desbetreffende voorziening is ook een eindvoorziening.
Met het oog daarop concludeer ik dat het in de Versatel-II-beschikking4 aangebrachte onderscheid tussen onmiddellijke en eindvoorzieningen als het gaat om afwijken van dwingend recht geen stand kan houden.