HR, 16-12-2016, nr. 16/01690
ECLI:NL:HR:2016:2862
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-12-2016
- Zaaknummer
16/01690
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2016:2862, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑12‑2016; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2016:1160
- Wetingang
art. 67f Algemene wet inzake rijksbelastingen; art. 3.20 Wet inkomstenbelasting 2001; art. 13bis Wet op de loonbelasting 1964
- Vindplaatsen
NTFR 2016/3061
FutD 2016-3080
Viditax (FutD) 2016121610
Uitspraak 16‑12‑2016
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Partij(en)
16 december 2016
Nr. 16/01690
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] BV te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 februari 2016, nr. 15/00099, betreffende de aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2016.