RFR 2023/40
Wet zorg en dwang. Mandatering vertegenwoordigingsbevoegdheid. Is medewerker CIZ bevoegd tot indienen verzoek rechterlijke machtiging Wzd?
HR 23-12-2022, ECLI:NL:HR:2022:1937
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 december 2022
- Magistraten
Mrs. H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/02076
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS691291:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1937, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑12‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:966, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑06‑2022
- Wetingang
Art. 26 Wzd; afd. 10:1:1 Awb; art. 7.1.1 lid 4, 7.1.3 lid 1 Wlz
Essentie
Wet zorg en dwang. Mandatering vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Is medewerker CIZ bevoegd tot indienen verzoek rechterlijke machtiging Wzd?
Samenvatting
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene in een accommodatie als bedoeld in art. 26 Wzd. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek voert de advocaat van betrokkene aan dat het CIZ niet-ontvankelijk is in het verzoek, omdat uit het dossier niet blijkt dat de persoon die het verzoekschrift heeft ondertekend, te weten de Wzd-juridisch medewerker van het CIZ, daartoe bevoegd is. De rechtbank passeert dit verweer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.