Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.3.1:21.3.1 Wettelijke omschrijving
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.3.1
21.3.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS486050:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 164.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 193.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 193.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 193. Zie voor nog meer materiaalsoorten: Gonthier 2003, p. 53.
Parl. Gesch. Boek 5, p. 193. De afsluiting tussen de binnenruimte van een huis of een schuur en de tuin, aldus Davids 1999, p. 17.
Smalbraak 1973, p. 541; Berger 2001, p. 56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het huidige Burgerlijk Wetboek komt wel een omschrijving van het begrip ‘muur’ voor. Deze luidt:
‘Een muur is iedere van steen, hout of andere daartoe geschikte stof vervaardigde, ondoorzichtige afsluiting’ (art. 5:43).1
In de Toelichting-Meijers wordt opgemerkt dat het hier gaat om een omschrijving van de term muur in de titels 5.4 en 5.5.2
Nadat in het Voorlopig Verslag wordt opgemerkt dat het beter zou zijn de omschrijving van het begrip ‘muur’ door de rechter – aan de hand van de verkeersopvatting – te laten bepalen, wordt in de MvA II uitgesproken dat het toch wenselijk is om een omschrijving in de wet op te nemen.
‘Zij verduidelijkt wat is bedoeld.’
Het is echter geenszins de bedoeling geweest de rechter te beperken. Dit mag onder andere blijken uit de vervanging van de termen ‘of andere bouwstof’ door de termen: ‘of andere daartoe geschikte stof’.3
Als voorbeelden van andere geschikte stoffen worden genoemd: bepaalde soorten plastic, matglas of versterkte rietmatten.4
Uitdrukkelijk wordt in de MvA II nog opgemerkt dat bij het woord ‘afsluiting’ niet alleen gedacht moet worden aan afsluiting van het erf in de zin van art. 5:48, maar ook aan muren van gebouwen die dienen ter afsluiting van de zich daarin bevindende ruimten.5 Door deze toevoeging wordt art. 5:50 begrijpelijk. Hieruit leidt Smalbraak af dat ‘afsluiting’ hier ‘afscheiding’ betekent.6