Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.12:4.12 Later tijdstip van inwerkingtreden opgenomen in de 403-verklaring
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.12
4.12 Later tijdstip van inwerkingtreden opgenomen in de 403-verklaring
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649028:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is niet zeker of in een 403-verklaring kan worden opgenomen dat de verklaring werking zal hebben vanaf een datum die later is gelegen dan het moment waarop de 403-verklaring wordt gedeponeerd.
Naar mijn idee is er vanuit schuldeisersperspectief niets op tegen wanneer een 403-verklaring al vooruitlopend op het moment waarop wordt beoogd om de vrijstelling toe te passen, wordt gedeponeerd. Het moment waarop de werking van de 403-verklaring aanvangt, moet dan wel ondubbelzinnig uit de 403-verklaring blijken. De tekst van een 403-verklaring waarin een later moment is opgenomen voor wat betreft de inwerkingtreding van de verklaring zou kunnen zijn:
Hierbij verklaart consoliderende rechtspersoon X dat zij met ingang van 1 januari 20 hoofdelijk aansprakelijk is voor alle schulden van vrijgestelde rechtspersoon Y voor zover deze voortvloeien uit door vrijgestelde rechtspersoon Y verrichte rechtshandelingen.
Hierbij dient een datum te worden opgenomen die in de toekomst ligt. Wordt de vrijstelling bijvoorbeeld vanaf boekjaar 2021 toegepast, dan dient uiterlijk op 31 december 2022 aan de voorwaarden van artikel 2:403 BW te worden voldaan. In dat geval zou op voorhand een 403-verklaring kunnen worden gedeponeerd waarin die datum als ingangsdatum is opgenomen.
De ingangsdatum mag geen temporele beperking in de reikwijdte van de aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon hebben. De ingangsdatum mag daarom geen betrekking hebben op de rechtshandelingen van de vrijgestelde rechtspersoon, zoals in dit voorbeeld:
Hierbij verklaart consoliderende rechtspersoon X dat zij hoofdelijk aansprakelijk is voor alle schulden van vrijgestelde rechtspersoon Y voor zover deze voortvloeien uit vanaf 1 januari 20 door vrijgestelde rechtspersoon Y verrichte rechtshandelingen.
Wanneer de ingangsdatum wordt gekoppeld aan het plaatsvinden van een bepaalde gebeurtenis, dan is de vraag of de ingangsdatum wel voldoende duidelijk is voor externe partijen. Is de ingangsdatum bijvoorbeeld gekoppeld aan het tot stand komen van een groepsband, dan is dat mogelijk te onduidelijk.
Het opnemen van een datum die in het verleden ligt (het deponeren van een 403-verklaring met terugwerkende kracht; alsof deze eerder was gedeponeerd) heeft niet het effect van een verklaring die daadwerkelijk op die datum was gedeponeerd. Als de conclusie is dat niet tijdig aan de voorwaarden van artikel 2:403 BW is voldaan, zal het opnemen van een ingangsdatum die in het verleden ligt niet baten.