AB 2016/172
Procederen over procederen.
RvS 06-01-2016, ECLI:NL:RVS:2016:3, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Raad van State
- Datum
6 januari 2016
- Magistraten
Mrs. M. Vlasblom, B.P. Vermeulen, J.J. van Eck
- Zaaknummer
201409293/1/A3
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS923483:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:3, Uitspraak, Raad van State, 06‑01‑2016
- Wetingang
Essentie
Procederen over procederen.
Samenvatting
Zoals de Afdeling (in de uitspraak van 30 december 2009 in zaak nr. 200902424/1) en de Centrale Raad van Beroep (in de uitspraak van 24 december 2014; ECLI:NL:CRVB:2014:4418) hebben overwogen, worden aan de motivering van een bezwaarschrift geen hoge eisen gesteld. Ook als de gronden van het bezwaar slechts summier zijn, is voldaan aan het in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gestelde vereiste, tenzij het bezwaarschrift geen zodanig concrete grond bevat, dat daartegen verweer kan worden gevoerd. In het bezwaarschrift staat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.