Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.3.1
17.3.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415649:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Haines, doc. prél. 18, p. 7 geeft een overzicht van verschillende jurisdicties. Voor een uitgebreide bespreking zie: Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 221 e.v.; Penis, Internationaal procesrecht, p. 134.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3.
Zie art. 4 lid 3 aanhef en onder b Rv en art. 5 Rv, waarover Polak 2005, (T&C Rv), art. 4, aant. 2 en art. 5, aant. 4.
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 89-90.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 3 en bijlage C sub B.
Kropholler, Internationales Privatrecht, p. 637; Nuyts, L'exception de forum non conveniens, p. 88.
Bax, AAe 1998, p. 109; Nota van het Permanent Bureau over de vraag van hetforum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 4; beperkter Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a — 70-72 die de forum non conveniens theorie slechts betrekt op een band tussen forum en geschil.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, bijlage D, in analyse van de Spiliada zaak.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97 vermeldt het belang voor de Engelse rechter dat beide partijen gelijke kansen hebben als een belangrijk element in de afweging; Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheidsen executieverdrag, doc. prél. 3, p. 14.
Art. 27 EEX-V°/21 Verdrag staat hieraan echter in de weg.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97.
Zie par. 17.4.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 8; Laenens, TvP 1982, p. 265; Penis, Internationaal procesrecht, p. 134.
Bax, AAe 1998, p. 110.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 8.
Haags Forumkeuzeverdrag, Rapport Haines, doc. prél. 18, p. 7.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 8, noot 11.
Nuyts, L'exception de forum non conveniens, p. 371.
Hooggerechtshof VS 12 juni 1972, The Bremen and Others/Zapata Off Shore, Rev Crit 1973, p. 530.
Rapport Haines, doc. prél. 18, p. 14, hoewel sommige gerechten in het hart van de VS daar ook anders over denken, p. 15.
Nuyts, L'exception de forum non conveniens, p. 373.
Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 196.
Nuyts, L'exception de forum non conveniens, p. 373.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/97; Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 8, noot 11; zie ook Haags Forumkeuzeverdrag, Rapport Haines, doc. prél. 18, p. 6-7.
Nota van het Permanent Bureau over de vraag van het forum non conveniens in het perspectief van het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, doc. prél. 3, p. 6.
Het forum non conveniens speelt al langer een rol in discussies over regels inzake internationale bevoegdheid, aangezien de Anglo-Amerikaanse staten vertrouwd zijn met dit leerstuk.1 Zij sturen in onderhandelingen over verdragen inzake de internationale bevoegdheid dan ook stelselmatig aan op het opnemen van een bepaling over het forum non conveniens. In de onderhandelingen over het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag is hetforum non conveniens aan bod geweest en studie verricht naar hetforum non conveniens.2 Ook het Nederlandse recht kende eenforum non conveniens in art. 429 c lid 15 van het oude Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor verzoekschriftprocedures. Bij de invoering van het huidige Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering is deze bepaling afgeschaft omdat de wetgever meende dat aan het forum non conveniens (behoudens twee uitzonderingen)3 geen behoefte bestond.4
De forum non conveniens theorie is van Anglo-Amerikaanse oorsprong5 en komt oorspronkelijk uit het Schotse recht.6 In het Engelse internationale bevoegdheidsrecht houdt de forum non conveniens theorie in dat de aangezochte rechter bij dagvaarding van een verweerder die buiten Engeland zijn woonplaats heeft, nagaat of voldoende aanknopingspunten bestaan met de Engelse rechtssfeer. De rechter beoordeelt overigens meer, namelijk of de eiser een `serious issue to be tried' aanbrengt bij het gerecht, de eiser een `good arguable case' heeft, of het Engelse gerecht het forum is waar de belangen van partijen zich het meest verenigen, en of het zwaartepunt van het geschil zich in Engeland bevindt. Het laatste element, de geschiktheid van een Engels gerecht voor de berechting van het geschil, is de forum non conveniens toets, omdat aan de hand daarvan de verbondenheid met de Engelse rechtsorde moet blijken.7 De toets werkt twee kanten op: De rechter beoordeelt zowel zijn geschiktheid als de (on)geschiktheid van het gerecht buiten het Verenigd Koninkrijk.8 De verweerder zal overigens moeten aanvoeren dat het Engelse forum 'non convenient' is. Hij kan niet volstaan met een verwijzing naar een ander geschikter forum. Een Engels gerecht toetst in dit verband op objectieve wijze de bescherming van de verweerder, bescherming van de eiser, het openbare belang en de overige omstandigheden van het geval.9 In het kader van de forum non conveniens theorie kan de aangezochte rechter zowel de zaak weigeren verder te behandelen omdat de zaak zinvoller aan een ander gerecht kan worden voorgelegd, als zichzelf als een forum conveniens beschouwen en bijgevolg de procedures in een andere staat,10 andere fora of een forumkeuze buiten beschouwing laten.11 De forum non conveniens theorie werkt derhalve beide kanten op: zowel rechtsmacht derogerend als prorogerend. Daardoor onderscheidt de forum non conveniens toets zich van de redelijk belang toets die alleen betrekking heeft op een beperking van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter krachtens de art. 8 lid 1 en 9 Rv.12
De forum non conveniens theorie houdt voor forumkeuze in dat de geadieerde rechter de bindende kracht van de internationale bevoegdheidsovereenkomst mag afwijzen, indien deze niet strookt met het algemeen belang of het belang van partijen.13 Bij de toetsing van een forumkeuze aan de forum non conveniens leer bestaan twee mogelijkheden. De rechtsmacht van de aangezochte rechter is door derogatie ten gevolge van de exclusieve forumkeuze in beginsel uitgesloten, dan wel zijn rechtsmacht is door de forumkeuze in beginsel gevestigd (prorogatie).
De gederogeerde (Engelse rechter) zal zich normalerwijze onbevoegd verklaren, indien een ander gerecht (exclusief) als bevoegd forum is gekozen.14 Dan toetst de (Engelse) rechter niet of de aangewezen rechter een forum non conveniens is omdat zich dat laat beoordelen naar de lex fort van de gekozen rechter, maar wel of hij zich niettegenstaande de forumkeuze bevoegd dient te achten.15 De Engelse rechter acht zich bij derogatie krachtens een forumkeuze normalerwijze steeds een 'non convenient' forum.16 Slechts in zeldzame gevallen kunnen (Engelse) gerechten een forumkeuze voor een gerecht in een andere EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat ter zijde laten en zich eenforum conveniens achten.17 Het Amerikaanse Hooggerechtshof en de federale gerechten staan derogatie van de rechtsmacht van de gerechten van de VS door een forumkeuze doorgaans toe.18 Partijen hebben hiertoe veel ruimte en kunnen bijv. aanvoeren dat zij een neutraal gerecht hebben gekozen (dat geen enkele band heeft met het geschil, de rechtsbetrekking of partijen).19 De Amerikaanse rechter als gederogeerd forum lijkt derhalve eveneens terughoudend de forum conveniens leer toe te passen in geval van derogatie van zijn rechtsmacht door een forumkeuze.20 De forum non conveniens theorie lijkt bij derogatie van rechtsmacht in de praktijk slechts zelden een forumkeuze aan te kunnen tasten, omdat de Anglo-Amerikaanse gerechten zich eigenlijk bijna nooit bevoegd achten in weerwil van een forumkeuze voor een gerecht of gerechten van een andere staat.21
De forum non conveniens theorie houdt voor forumkeuze anderzijds in dat de gekozen rechter — mits aangezocht — onderzoekt of hij niet het ongeschikte gerecht is. Het gerecht weegt daarbij of een `reasonable relation' bestaat tussen zijn gerecht en het te beslechten geschil, alsmede of het algemeen belang zich tegen berechting door de gekozen rechter verzet.22 Bij prorogatie van de Engelse gerechten zullen deze zich niet gauw 'non convenient' achten.23 Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de gekozen rechter tot het oordeel komen dat hij ondanks de prorogatie door een forumkeuze een 'non convenient' forum is en weigeren de zaak te berechten, omdat de zaak in zijn visie beter door een ander gerecht kan worden behandeld.24 Dat zal bijv. het geval kunnen zijn, indien tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp reeds een procedure in een andere staat aanhangig is.25 Het Anglo-Amerikaanse recht denkt hier in spiegelbeeld in vergelijking met de derogatie van zijn rechtsmacht en is niet of nauwelijks geneigd rechtsmacht af te wijzen, indien partijen zijn rechtsmacht door een forumkeuze hebben gevestigd.