RFR 2014/40
Erfrecht. Hereditatis petitio (art. 4:183 BW) van toepassing in geval van innen vordering?
HR 17-01-2014, ECLI:NL:HR:2014:92
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 januari 2014
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak
- Zaaknummer
12/03895
- Conclusie
plv. P-G mr. C.L. de Vries Lentsch-Kostense
- JCDI
JCDI:ADS917125:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Erfrecht / Bijzondere onderwerpen
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:92, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2014
ECLI:NL:PHR:2013:1252, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑11‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑05‑2012
- Wetingang
Art. 4:183 BW; art. 24, 149 lid 1 Rv
Essentie
Erfrecht.
Is het door erflater op rekening van een derde overgemaakt geldbedrag een lening of een schenking? Kan een erfgenaam met een beroep op art. 4:183 BW ook een (beweerdelijk) tot de boedel behorende vordering innen? Is sprake van een tardief verjaringsverweer?
Samenvatting
Ruim een jaar voordat erflater overlijdt, heeft hij € 200.000 van zijn rekening overgemaakt naar het garagebedrijf van S. (eiser tot cassatie), een neef van erflater. Erflater heeft bij testament zijn broer en zusters tot zijn erfgenamen benoemd. Na het overlijden van erflater heeft T. (verweerster in cassatie), erfgenaam en zuster van erflater, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.