Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.3.5.2
11.3.5.2 Consolidatiecriteria
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372411:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Verordening (EG) Nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243), van Richtlijn nr. 2001/ 65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG, 83/349/EEG en 86/635/EEG met betrekking tot de waarderingsregels voor de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen evenals van banken en andere financiële instellingen (Pb EG L 283), en van Richtlijn 2003/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2003 tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG, 83/349/EEG, 86/635/EEG en 91/674/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, banken en andere financiële instellingen, en verzekeringsondernemingen (Pb EG L 178) (Wet uitvoering IAS-verordening, IAS 39-richtlijn en moderniseringsrichtlijn), Stb. 2005/377 en 378.
In de Engelse vertaling: “dominant influence or control.” Zie voor andere taalversies Beckman 2008, p. 1005.
Vgl. Beckman 2008, p. 1006. Zie over de terminologische wildgroei Beckman 2009, p. 339.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel tot uitvoering en implementatie van de hiervoor genoemde Europese jaarrekeningvoorschriften (Kamerstukken II, 2003/04, 29 737, nr. 2) werd nog wel correct gesproken van overheersende invloed of zeggenschap. Naar aanleiding van vragen in de Tweede Kamer is hier “ter vermijding van onduidelijkheid en verwarring” overheersende zeggenschap van gemaakt, zie Kamerstukken II, 2004/05, 29 737, nr. 7, p. 11 en nr. 8, p. 3.
Beckman 2013, § 5.4 en Compendium voor de Jaarrekening, § 3.4.1, sub 1b.
Idem.
Krol 2008, p. 523.
Beckman 2013, § 5.4.
I. Het begrip overheersende zeggenschap
Het begrip overheersende zeggenschap in de definitie van gecontroleerde onderneming in art. 1:1 Wft is overgenomen uit art. 2:406 BWDaarin is die term terechtgekomen in het kader van de aanpassing van de Nederlandse regels aan de gewijzigde Europese jaarrekeningvoorschriften.1 Daarbij is een misverstand ontstaan. In de Europese voorschriften wordt gesproken van “overheersende invloed of zeggenschap”.2 Dit is door de Nederlandse wetgever klaarblijkelijk gelezen als “overheersende invloed of overheersende zeggenschap”3 in plaats van “overheersende invloed” en “zeggenschap”.4
II. Uitleg
Gelet op het voorgaande moet voor overheersende zeggenschap worden gelezen: overheersende invloed of zeggenschap. Op dezelfde gronden wordt ook de uitleg van “overheersende invloed of zeggenschap” ingekleurd door de (gewijzigde) Zevende Richtlijn. In dat kader wijst “overheersende invloed” volgens de literatuur op doorslaggevende invloed op basis van feitelijke omstandigheden en/of daartoe strekkende overeenkomsten, overeenkomend met het groepsbegrip uit art. 2:24b BW. 5 Onder zeggenschap moet worden verstaan zeggenschap in de zin van control, waarbij het gaat om de beheersing van het financiële en zakelijke beleid met het oogmerk de economische voordelen uit de werkzaamheden van een andere onderneming te behalen.6 Er wordt overigens geen scherp onderscheid gemaakt tussen beide begrippen.7Het belangrijkste verschil lijkt erin te zitten dat het eerste voortkomt uit de continentale traditie, terwijl Angelsaksische landen vaker werken met control.8