JWB 2012/245
Aanbesteding
HR 04-05-2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1271
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
4 mei 2012
- Zaaknummer
10/05431
- LJN
BW1271
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2012:BW1271, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑05‑2012
ECLI:NL:HR:2012:BW1271, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 04‑05‑2012
- Wetingang
Art. 25 lid 2 UAR 2001; art. 79 RO
Essentie
Aanbesteding
Samenvatting
Casus
Het gaat in deze bouwzaak om de vraag of en wanneer tussen de aanbesteder en de aanbieder van de meest gunstige aanbieding een overeenkomst tot stand gekomen is. In het incidentele beroep is aan de orde of de aanbesteder op grond van art. 25 UAR 2001 gehouden is schriftelijk opdracht te verstrekken. Het hof vond dat niet nodig. Het hof oordeelde vervolgens - na bewijslevering - dat voor een deel van de opdracht ('fase 2') óók geen vormvrije overeenkomst tot stand gekomen was. Het principale beroep richt (motiverings)klachten tegen dat laatste oordeel.
Rechtsvraag
Heeft het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.