NJB 2024/710:Ontvankelijkheid beklag art. 552a Sv en verschoningsrecht art. 98 Sv: in de beklagzaak van de beslagene of een andere belanghebbende die niet de verschoningsgerechtigde is, moet het oordeel in de beklagprocedure van de verschoningsgerechtigde, als dat onherroepelijk is geworden, tot uitgangspunt worden genomen. De Hoge Raad zet de consequenties daarvan uiteen voor onder meer de ontvankelijkheid van het beklag. Voor de belanghebbende in deze zaak staat niet de mogelijkheid open om tegen de beschikking van de R-C een klaagschrift cfm. art. 98 lid 4 Sv in te dienen (vgl. ECLI:NL:HR:2024:312). De beklagrechter kan echter in de onderhavige klaagschriftprocedure van art. 552a Sv nog wel aan de hand van de stukken en het onderzoek in raadkamer beoordelen of bij de schifting onder leiding van de rechter-commissaris het verschoningsrecht voldoende is gewaarborgd.