NJB 2024/710
Ontvankelijkheid beklag art. 552a Sv en verschoningsrecht art. 98 Sv: in de beklagzaak van de beslagene of een andere belanghebbende die niet de verschoningsgerechtigde is, moet het oordeel in de beklagprocedure van de verschoningsgerechtigde, als dat onherroepelijk is geworden, tot uitgangspunt worden genomen. De Hoge Raad zet de consequenties daarvan uiteen voor onder meer de ontvankelijkheid van het beklag. Voor de belanghebbende in deze zaak staat niet de mogelijkheid open om tegen de beschikking van de R-C een klaagschrift cfm. art. 98 lid 4 Sv in te dienen (vgl. ECLI:NL:HR:2024:312). De beklagrechter kan echter in de onderhavige klaagschriftprocedure van art. 552a Sv nog wel aan de hand van de stukken en het onderzoek in raadkamer beoordelen of bij de schifting onder leiding van de rechter-commissaris het verschoningsrecht voldoende is gewaarborgd.
HR 12-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:316
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/01615
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:316, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1139, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Ontvankelijkheid beklag art. 552a Sv en verschoningsrecht art. 98 Sv: in de beklagzaak van de beslagene of een andere belanghebbende die niet de verschoningsgerechtigde is, moet het oordeel in de beklagprocedure van de verschoningsgerechtigde, als dat onherroepelijk is geworden, tot uitgangspunt worden genomen. De Hoge Raad zet de consequenties daarvan uiteen voor onder meer de ontvankelijkheid van het beklag. Voor de belanghebbende in deze zaak staat niet de mogelijkheid open om tegen de beschikking van de R-C een klaagschrift cfm. art. 98 lid 4 Sv in te dienen (vgl. ECLI:NL:HR:2024:312). De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.