Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.5.3
4.5.3 De derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372093:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Maeijer 1984, p. 251, Compendium 2013, p. 199, Asser/Van der Grinten en Maeijer2-II, nr. 46.
Compendium 2013, p. 200 en Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-III, nr. 417 en HR 28 januari 2011, NJ 2011, 167, m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2011/70 m.nt. Groffen (Staalbankiers).
Zie par. 4.5.2.
Zie Maeijer 1984, p. 251 en Snijders 2007B, par. 3.
Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-III, nr. 42. Vgl. voorts het in HR 20 februari 1998, NJ 1998, 493 (Weena Zuid) gegeven oordeel dat trouw aan het gegeven woord in beginsel redelijk en billijk is en Van Schilfgaarden 2016, par. 44. Zie ook par. 4.5.2.3.
Maeijer 1984, p. 255 t/m 259 en Van Schilfgaarde onder 8 en 9 van zijn noot bij HR 12 juni 2013, NJ 2013, 461 (AFKLM/VEB).
Hierboven is uitvoerig uiteengezet welke bevoegdheden aan wie toekomen in het kader van vennootschappen en welke gedragsregels in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van die bevoegdheden. Deze regels hebben echter geen absolute gelding. Als de toepassing van een regel in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar wordt geacht, is deze regel niet van toepassing.1
Dat zal echter slechts in uitzonderlijke gevallen zo zijn.2 Te meer, als het om wettelijke regels gaat.3 Ten eerste wordt de redelijkheid en billijkheid mede ingekleurd door de regels en geven wettelijke regels blijk van de algemeen erkende rechtsbeginselen en in Nederland levende rechtsovertuigingen.4 Daardoor zijn de toepasselijke regels veelal juist in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid.
Ten tweede is niet snel sprake van een onaanvaardbare situatie. Ten derde is die terughoudendheid gewenst door de wetgever.5
Ten vierde volgt uit het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel dat de partijen bij de desbetreffende rechtsverhouding in beginsel mogen vertrouwen op de naleving van de regels die ogenschijnlijk voor hen gelden.6 Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat als een aandeelhouder in de statuten een bepaalde regel aantreft, hij er in beginsel op moet kunnen vertrouwen dat deze regel wordt toegepast.
Een andere manier waarop de redelijkheid en billijkheid in de weg kan staan aan het toepassen van regels – of beter gezegd: het van toepassing worden van regels – is de mogelijkheid om de vernietiging van een besluit te vorderen, in het geval dat besluit strijdig is met de redelijkheid en billijkheid. Deze vernietigingsmogelijkheid is niet beperkt tot die gevallen waarin de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ook kan worden toegepast. Anders gezegd: er hoeft geen sprake te zijn van een in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar besluit om een besluit te kunnen vernietigen wegens strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid. Strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 lid 1 BW volstaat.7